Boozy

'Bevrijdings Nederpop'

De opmars van de Nederlands-talige muziek juich ik net zo hargt toe, als broekhoest op un Nieuwjaars-receptie.

Overspoeld worgt je de laatste tijd met al die inteeltbagger. Vooral ut dialect scoorgt. Was als een autitisch-kind-met-un-rammelaar zo blij dat die strontboeren van Duh Kast hun muzikale plannen in hun eiguh doodskast hadduh opgeborgen, kregen we weer un paar dislectische kleitrekkers die zichzelf Skik noemden. Ik weet zekar dat un ieder zichzelf respekterende Drent geen ene touw-tievus verstond van wat deze darmveters uitkraamden, laat staan de rest van Nederland. Die mogtuh van mij zo-als-ut-giet met un bloedgang un ravijn in fietsuh. Nou heb die, tot gereincarneerde stronthoop van un zanger, voor ut gemak in zuh eentje un Engelstalige bloesplaat uitgekakt, waar zelfs bij un manies-depressieve-met-un-off-day, de tranen van uit zuh kaksluis sijpelen. Heb onlangs nog van un welingeburgerde Brit vernomen, dat z'n Engels zelfs 85% Drents bevatte.

Aangezien de man zingt met de argticulatie van un mongool die net een rol beschuit heb afgekloven, verbaast mij dat niks. Dan heb ons aller Frank Boeiend, het ook weer in z'n uitgestreken radijs gehaald om un nieuwe schijf het levenslicht te verdonkermanen. De man gaat helemaal prat op zijn diepzinnige teksten. Ze zijn niet zwargt, ze zijn niet wit, en ze zijn niet te verstaan. De man zingt met un tongvang van un slechte kik-boxer-na-un-k.o. Na heb ik zelf duh intonatie van un tros druivuh, maar ik denk dat ik na un-kratje-bier-en-un-end-hout-in-muh-plaat, nog beter tuh verstaan ben. Die mooie "pop-liedjes" van hem, hebben net zoveel potentie als un bejaarduh-met-prostaat-kankur. Ik durf te wedden dat ut liedje; "Kronenburg-Park", eigenlijk un autobiografisch nummer over de belabberde staat van z'n gebit, was. Laat duh man maar lekkar in zuh eiguh bewierookte "as" zakken en weer turf gaan steken zoals zuh dat al sinds mensenheugenis doen in Nijmegen en omstreken.

Maar helaas is de bitterkoek nog niet op…, want mijn grootste helden zijn toch wel "Asbak-en duh-Monnik". Die gasten die niet leuk zijn, en dat eigenlijk al jaren niet zijn geweest. Nah ben ik misschien duh-schoenmaker-op-ut-verkeerde-feest, maar deze heren zijn nog neffur nooit hunzelf geweest. De Simon-en-Fartfunkel van de Nederlandse popzien. Ik hoop dat ze binnenkorgt, net als die Flower-Power-Nichtuh, saampies in un Centraal Park tuh Den Haag hun kunssie flikkuh. Dan laat ik ut met duh Norgt-Site niet alleen zonnestralen regenen, maar dan blazen we ze ook nog middels un paar lawine-pijlen-van-Oud-Jaar naar un ondergelopen park ergens in Amsterdam.

Maar goed, af en toe komt er voor mij ook nog wel eens un natte droom uit, en wel op 5 Mei, Bevrijdingsdag. Nee, nee, voor mij is dat geen vrije dag, als valt ie iedere 5 jaar op un Zondag, ik heb zo'n wurgsex-contract, ik mot gewoon werken.

Nee, op 5 Mei is er altijd Bevrijdings-Pop door ut gehele land, en dan wil de mij immer goedgezinde organisatie nog wel eens wat van mijn Nederlandstalige helden in un helikopter stouwen. De statische spanning is tot in mijn schaamvacht te voelen.

Aangezien de laatste tijd un beetje helikopter zich met opgedoft vertoon uit de lucht laat halen boven Afghanistan, heb ik met wat Haagze vrienden, die de Nederlandse muziek net als mij un warm hargt toedragen, wat geld bij mekaar gelapt, om vervolgens een afgekeurde airbus-met-wiekuh beschikbaar te stellen voor deze rondvlucht.

Natuurlijk heb ik nog wat persoonlijke favorietuh die van meh dan duh stuurknuppel mogen beroeren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ene Henk Westbroek, de man met ut ritme-gevoel van un afgekeurde schizofrene Hosti-gang-banger. Ook weer zo'n man met van die waanzinnige teksten, die net zoveel diepgang hebben als een gedesorienteerde mol in un Iraaks mijnenveld. Ik wou dat ie zich verkiesbaar liet stellen als straatkrant-verkoper, dan stak ik al zuh krantuh in de fik. Zo'n Frans Bauer, ons aller Brammetje Horle-poliep, die mag van meh de parachuutjes beheren. Uiteraard nadat ik vantevoren alle touwtjes naar de tering heb geholpen.

De drankjes zou ik laten serveren door Wendy van Dijk, die natte sushi-doos, die mijn rok-en-snol held Sander de Befbouvier d'r uit heb gejetst op dat ie um per ongeluk in de verkeerde sterre-slag had gehangen. Vriend Paskal Jacobsen en zijn weekdieren, zijn uiteraard ook van hargte welkom aan boord. Het enigste wat tegenwoordig nog echt Zeeuws is aan un mossel is die kutmuziek van Blof. Ik zorg dan dat Henk-duh-Bos-P[il]oot het "goede-doel" mist en duh helitjopper via Afghanistan, per abuis richting Irak stuurt op dat ut taaltje daar zo zacht is. Wat zou ik lachuh, en hij schelduh, als ik Paskal persoonlijk vertel dat ik z'n klootzak aan duh cockpit niet. Vervolgens stuur ik ut hele zooitje bloemuh uit Uruzgan en brievuh-met-rouwkrans uit Bagdad.

Dat worgt nog heel spannend. Ik zal aan de buis gekluisterd zijn, en muhzelf op un krat bier vastspijkere als ut Journaal dan rond die tijd begint. Ik zie die stotterkop van un Pruillip Frerichs al helemaal voor muh. Duh tranen kabbeluh uit z'n kont… En ik.. Ik zal lachen, heel hargt lachuh, na al die jaren eindelijk weer un echte Bevrijdingsdag.

'Vreesvreugde'

Door Boozy (c)

Terwijl ik de ijspegels van mijn kloten schraap, realiseert ik muh ineens, dat ik, net als het Nederlandse baggerweer, aan het eind van ieder jaar getroffen wordt door de meest heftige depressies.
Worgt je in de zomer nog wel eens van juh fiets geslagen door wat opgeschoten jeugd, heel fukking November zit juh in de auto en worgt je geterroriseerd door nimmer aflatende slagregens. Juh ken niet eens meer fatsoenlijk droog vanuit juh auto naar de voordeur lopen.
En dan December, de topmaand voor un suicidale terminale. Ut begint al met die Schijn-heilige-pedofiel op de 5-de.
De fukking telefoon staat de hele dag roodgloeiend. Heb ie ooit in een diep onzeker verleden un keer vier regels op papier laten rijmen, wordt juh gelijk geacht voor vage bekenden en zelfs onbekenden, zo’n hypocriet Surprise-gedicht in muhkaar te jetsen.
Rot lekker op met die mislukte kergst-clone. Die 2de-hands Jezus heeft nog nooit in mij geloofd. En sinds ik de buurman op mijn 3de levensjaar, zich al godver-dommend in een te klein Rood-Wit-Pak heb zien hijsen, ik ook niet meer in hem.
Sowieso slechte herinneringen aan die geforceerde “uitpak”.
Op m’n 10de kreeg ik van m’n ouwe lui een Surprise-verbod-voor-ut-leven opgelegd. Als de dag van gister borrelt het nog op.
Ik moest un surpise maken voor m’n zus. D’r stond un mooie Parker-pen op haar verlang-lijst, en aangezien ik op zeer goede voet met haar stond, wou ik er iets speciaals van maken.
Natte ontbijtkoek is voor watjes, nee, ik wou er echt un stukkie van muhzelf in stoppen. Ik wou die echte Parker, als un echte man, verpakken in echte home-made-drol.
Ze zou de verrassing van d’r leven krijgen, dat was op zekar.
2 December, de dag dat m’n sluitspier volwassen werd. Ik had in mijn
prille leven nog nooit zo’n zware darm gehad. Vandaag most het gebeuren. Gewapend met emmertje en schoffel toog ik het fijnste kamertje des huizes in.
Plee-deur dicht, kakputje open, en na un klein kwartierje afzien, zorgvuldig de overblijfselen in het emmertje geschept.
“Godskoleruh, wat un lucht voor un mannetje van krap 10”.
Om muhzelf niet te verraden, en om muh eigen nachtrust niet te vergallen, hebt ik het welriekend potje met levensklei maar in de kamer van m’n broer verstopt.
Ik weet niet wat muh nou uiteindelijk me nekkie kostte. De 2 dagen lang klagende broer, of de striemen in het porselein die ik in alle ijver met
de strandschoffel in de plee-pot had gegutst.
Die surprise is tenslotte na een verschrikkelijk pak slaag toch maar un kartonnen doos met papiersnippers geworden. Zuslief was helemaal uit d’r koker met d’r pen.
Nee, Sint en Booz, tussen ons is het nooit meer goed gekomen, maar gelukkig hebbben we d’r Kergst voor terug gekregen.
Je ken geen TV aanzetten, of je worgt duh godganze dag doodgekeild met leugenachtige verhalen over un masochistische hippie die zuh eiguh op een beestachtige wijze aan un omgekeerd kruis heb gespijkergt.
Un piercing door juh navel staat hiermee gelijk aan nageltjes vijlen.
En dat eeuwige gezwijmel over un White Christmas. Dat zal wel weer zo’n misselijke LPF-slogan wezen. Duh enigste witte kergst die ik ken, stamt nog uit duh geschiedenis boeken van Aap-Kloot-Pies.
Jaarlijks worgt muh deurbel geteisterd door un tros bejaarden die claimen ooit un oom of tante van muh te zijn geweest.
Onlangs was het weer raak. De looprekken-gang had van de leiding van het Schijndooie-Opberghuis permissie gekregen om mijn “feestdagen” weer eens naar de kloten te helpen. Als kadootje hadden ze un half uitgevallen denneboom meegenomen, opdat ze wisten dat ik het te druk had om er zelf 1 te kopen.
Veels teveel neeffies en nichies waren en passant uitgerukt en stiekum binnen geslopen. Binnen 5 minuten liet dat uitgeprocedeerde pestjong zien waarom ze illegaal in mijn huis verbleven.
Daar zat ut stelletje vullis dan, in m’n woonkamer.
Met een houten vertiefte kop zat ik naar die flikkerende denneboom tuh staren. Al het lekkers uit muh kassies hebben ze verdomme in die afgekloven spar gehangen.
Ik most muh eiguz in een alpiniste-pak heisen om tussen die stekelige naalden schadevrij muh eiguh chocolade te rouzen. Diezelfde baggernaalden die straks in het voorjaar nog vanuit het tapijt door muh sokken klieven.
Na un uur trok ik ut niet meer. Ineens werd alle gezelligheid me even teveel. Met een opbeurend; “Ja, lui, het was echt verschrikkelijk gezellig, dat motten over een jaar echt nog eens doen, .....maar dan ergens anders”, sommeerde ik het bonte gezelschap de pleiterik te maken. Effuh juh edele zweetreet liftuh en dan optieftuh”. Even was het stil.
“Wat doe juh straks met Pasen”, vroeg un tante, wiens naam ik alweer vergeten was.
“Dan verhang ik muh eiguh tijdelijk”, antwoordde ik.
Eindelijk droop het gevolg af, op naar wellicht un volgend onschuldig ver familielid. Bij de deur verbaalde ik ze nog; “En vergeet die uit duh kluit gegroeide bonzai-populier niet mee te nemen. Gooit die maar lekker met duh rest van juh vriendenkring op het vreugdevuur”.
Ja, mensen, winter in Holland, de ergste tijd van ut jaar is weer aangebroken. De mensen springen en gooien muhkaar weer met bossen uit de ramen. Straks in het nieuwe jaar gaat ik het mooi anders doen.
Ik ga voor de verandering eens wat van mijn goede voornemens naleven. Ik begin met het nemen van een geheim nummer en vervolgens stuur ik de hele familie een fiktief verhuisbericht inclusief valse postcode.
Het geheel netjes verpakt in un goedgevulde envelop met miltvuur, het ultimut anti-huppelpoeder.
Familie en Bekentenissen... Gelukkig Nieuwjaar!

--

Extra

Het Nieuwste boek van Boozy heet: 'Oud zeer roest nooit'. Klik hier voor meer informatie.

Bekijk hier online de film (de vier van Den Haag).