Prince op de lovesexy toer

"Ik? Deugniet en ik zal nooit deugen. D’omweg, gelukkig, in de Potterstraat." Adriaan Bontebal, Potterstraat.

Door Adriaan Bontebal

Laat ik het verhaal over het geheime concert van Prince in het Paard van Troje, in de nacht van 18 op 19 augustus 1988 eens uitgebreider vertellen. Maar eerst iets over de vriendin, M., waarmee ik die nacht samen was. We ontmoetten elkaar voor het eerst tijdens een voordracht van mij in het Amsterdamse café Miller. In die tijd droeg ik voor met ‘lijfwacht’, vriend Lester die, in jaren dertig gangster outfit, iedere keer schuin achter mij ging staan om het publiek in de gaten te houden. Na afloop van mijn voordracht kwam M. op me af: ze had het mooi gevonden (dank je) en wilde even met me praten (praat maar met Lester, die is veel interessanter.) Ze was erg vasthoudend, maar ik was iets vasthoudender, het wordt ook wel bot genoemd. Een maand later kreeg ik een brief.

Wat had ze gedaan? Ze had een brief geschreven en in een enveloppe gedaan en vervolgens die weer in een andere enveloppe en met een begeleidend briefje aan mijn uitgever: kunt u deze naar Bontebal doorsturen? Zo veel doorzettingsvermogen moest beloond worden: ik heb haar gebeld en een afspraak gemaakt.

Ik mocht bij haar komen eten. Ze zou me met de auto op station Sloterdijk komen afhalen en ik voelde me een beetje opgelaten: hoe zag dat mens er ook alweer uit? Of je het gelooft of niet: de cover van HP De Tijd van een week voor de afspraak bracht uitkomst. Er stond in dat nummer een artikel over de school waar ze werkte als lerares Frans en de gehele staf prijkte op die cover. O ja, dat is ze. Die avond na het eten werd M. mijn vriendin. Erg lang heeft dat niet geduurd, iets meer dan een jaar, een heftig jaar. Daar vertel ik misschien later over en dan hou ik het discreet: ik noem M. dan gewoon S.

Op 18 augustus 1988 kwam ze naar Den Haag. Ze had een fles wijn bij zich en die was snel leeg; we konden er allebei wat van. ‘Laten we nog even naar de kroeg gaan,’ stelde ze voor. Dat deden we. Terwijl we langs het Paard liepen werd zij aangesproken door een meisje: ‘Wil je straks Prince zien?’ De schat van een M. wist niet wie dat was. Het meisje bleek van de lokale radio te zijn en zij hadden die avond een uitzending gedaan vanuit het Paard. Na de uitzending moesten zij zo snel mogelijk wegwezen: er moest een podium worden opgebouwd voor Prince. Ik geloofde er niets van, maar terwijl we stonden te praten kwam er een vrachtwagen van de gemeente voorrijden, beladen met dranghekken. Zou het dan toch? Bij iemand van het Paard heb ik even navraag gedaan: ja het was en meld je maar om één uur. Het was half elf, dus we zijn doorgegaan naar de kroeg - Lokaal Vredebreuk in de Papestraat: het is net de hemel, maar dan de trap af. Daar heb ik het nieuws tegen zo veel mogelijk mensen verteld, ik ben een vriendelijke man. De meesten geloofden het echter niet en slaan zich nu nog steeds voor het hoofd.

Net voor enen waren we terug bij het Paard, we waren nummer negen en tien in de rij. Ik heb geen idee meer of we iets moesten betalen. Het zal wel iets symbolisch zijn geweest. We konden in elk geval op ons gemak een strategische plek uitzoeken. De vloer van de oude grote zaal van het Paard was op zo’n twintig meter van het podium twintig centimeter hoger. Laten we hier aan de rand blijven staan, zei ik tegen M., dan kunnen we over de meute heen kijken. Langzaam stroomde de tent vol.

Hoewel M. nog nooit in een tent als het Paard was geweest, stond ze al snel geanimeerd te kletsen met het meisje naast haar. Ineens was er een dwarrel die mij van mijn plekje op de drempel probeerde te duwen. Hé héé, zei ik. En hij: je moet lekker zo doorgaan Bontebal, ik heb je altijd al voor je bek willen slaan. Ik zweer het je, ik kende die gozer niet. Hij ging door met duwen. Wat bleek? Het meisje waarmee M. stond te praten zat in de vleesverwennende industrie: ze had een raam in de Geleenstraat. Daar was ze die nacht achter vandaan geplukt door een bevriende taxi-chauffeur, hij had over de scanner gehoord van het concert. De chauffeur stond vlak naast me. Hij had een figuur waarvan je dacht: als jij op de snelweg zonder diesel komt te staan, duw je je Mercedes zonder een centje pijn naar de volgende pomp, enkele kilometers verderop. Breed dus. Hij wilde er meteen op slaan en wie was ik om hem daarvan te weerhouden? Nooit heb ik een eikel zo snel door een massa mensen zien gaan. Naar voren kon niet.

Het concert? Daar kan ik weinig over zeggen, maar ik heb zelden zoiets indrukwekkends meegemaakt, qua muziek. Het begon om ongeveer twee uur. Het was de periode dat Wendy en Lisa in zijn band speelden, het was in de tijd van het album Lovesexy. De meiden en de rest van de band openden het concert. Daarna kwam de meester, twee turven hoog. Wat ik me er nog van herinner is dat hij zeer lange gitaarsolo’s gaf, solo’s die, niet eens in de verte maar heel dichtbij, aan Jimi Hendrix deden denken. Ik ben die nacht volkomen uit mijn dak gegaan. Om vijf uur lagen we er in. Ook M. kon het wel waarderen, maar, en daar heeft ze het waarschijnlijk nog over, het meest spannend vond ze toch wel het gesprek met juffrouw hoer.

Er was in die tijd een medewerker van het Paard die ieder belangrijk concert stiekem opnam. Dat is hem ook bij Prince gelukt, een week later kreeg ik een cassettebandje van hem. Ik zou het eens moeten opzoeken, ik kom om in de bandjes, dan kan ik je vertellen welke nummers hij heeft gespeeld. En tja, zo’’n bandje is natuurlijk geen hol waard, dat is zo gekopieerd. Maar er is van dat bandje ook een lp gemaakt: Small Club - 2nd Show That Night. Een bootleg dus. Die bootleg brengt tegenwoordig een slordige € 2500,- op. Ik heb er in 1988 mee in mijn handen gestaan, maar ik dacht: laat maar, ik heb het al op tape. Stom hè?

PS ‘2nd Show That Night’: Prince stond toen drie avonden achter elkaar in het Feijenoord stadion, de 17de, 18de en 19de. Hij was dus na een vermoeiende show naar het Paard gekomen om nog even tot half vijf plezier te maken. En ik was kapot de volgende dag.

zie ook: http://www.adriaanbontebal.web-log.nl

'Summertime Blues'

Door Adriaan Bontebal

Heb ik gisteren toch weer tv gekeken. Zo zag ik 's middags Sven Nijs zijn zoveelste overwinning behalen. 's Avonds Het uur van de wolf. Op dat programma kan je blind varen, wat misschien een rare uitdrukking is in verband met tv: het is altijd goed. Laatst de mooie uitzending over Constant, gisteren was Bob Dylan aan de beurt.

Begin van de avond heb ik naar de top 2000 gekeken, een programma van Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis. En daar kreeg ik een schok, een Mein Gott Erlebnis. Er werd een selectie uit de nummers 1200 tot en met 900 vertoond. Ergens rond de 1000: Blue Cheer, Summertime Blues! Dat bracht behoorlijk wat naar boven. Het was 1968, Veronica dreef nog op zee. Ik deelde met mijn vier broers een slaapkamer, waarvan ik onbeschoft veel ruimte beslag nam. Zo had ik een bureau staan met daarop een aquarium en een kastje met daarop een radio, een met buizen waaraan ik nog wat extra speakers had geprutst. Veronica zond iedere dag, tegen vijven, de top drie van die week uit. Blue Cheer heeft een paar weken op nummer één gestaan. Iedere middag zat ik klaar. Zodra Summertime Blues kwam ging het volume naar
maximaal vermogen. Het is de eerste metal of grunge waaraan ik verslingerd was. Ik heb de single gehad, maar ooit zijn al mijn singles gestolen. Maar goed ook. Zoiets moet je niet hebben, het is veel leuker om het af en toe langs te horen komen. (Ik heb praktisch het complete oeuvre van Bach, dat is dan weer wel leuk om te hebben.) Voor het programma was een verslaggever afgereisd naar de VS om die gasten te interviewen. Ze leven nog, ze zijn rond de zestig, wonen samen en spelen nog steeds. Nog steeds teren ze op die ene hit. Oude mannen met lang haar, je moet er toch niet aan denken. Maar je weet hoe het gaat: there ain't no cure for the summertime blues.

PS Het nummer is oorspronkelijk van Eddie Cochran. Er zijn ook
uitvoeringen van The Who en T. Rex. Hoor je het Keith Moon spelen?

PS2 Met zijn vijven één slaapkamer. Tja, we zijn niet allemaal Gooise
meiden.

PS3 1968, toen ik nog jong was en knap.