Wie bekend is met deze website weet dat de Conservatorium-geschoolde beroepsmuzikant Wiet Bliemert (geb. 1952) al in 2005 gast van het muziekprofiel geweest is en dat hij enkele bijdragen heeft geleverd als gastcolumnist. In de verhalenbundel ‘Muziekliefhebber’ is van Wiet het verhaal ‘Sinterklaasfeest’ afkomstig. In september 2007 wordt zijn autobiografie ‘WB Blues’ uitgebracht. Dit boek handelt over zijn carrière langs allerlei bandjes, die soms mét en vaak -tot zijn spijt- geheel zonder ambities waren. De aanleiding van dit boek is dat Wiet in september al 40 jaar van uiteenlopende groepen deel uitmaakt en hoewel in zo’n overzicht niet één bekende band te vinden is, is Wiet reeds 30 jaar beroepsmuzikant. Het verhaal ‘Dat vervloekte leger’ is overigens geen preview van het op komst zijnde boek, maar is een schets van een tijdsbeeld, waarin sommige problemen van 40 jaar geleden voor muzikanten centraal staan.

Dat vervloekte leger...

Door Wiet Bliemert

De huidige generatie zal dit hoofdstuk wat vreemd voorkomen, tenslotte hoef je tegenwoordig niet meer één of twee jaar van je toch al te korte leven op te offeren aan ons vaderland.

Even in het kort: Als je vroeger een jongen was, dan wist je van te voren dat je rond je negentiende ontzettend de klos zou zijn. Je werd dan namelijk opgeroepen voor militaire dienst. Een jaartje eerder kreeg je een papiertje toegestuurd met daarop de mededeling dat je je op een bepaalde datum en tijdstip moest melden bij het keuringsgebouw bij jou in de buurt. Ik leg hierbij de nadruk op het woordje moest, want weigeraars belandden uiteindelijk als misdadigers achter de tralies. Vrijwel iedereen werd in één keer goedgekeurd aangezien ons stoere leger iedere halve zool wel kon gebruiken. Je kon het geluk hebben dat je twee broers had die deze ellende al hadden doorstaan, want dan was je zoals dat heette ‘buitengewoon dienstplichtig’. Er helemaal vanaf was je dan echter ook niet, want één keer per maand moest je dan op maandagavond in een suf wijkgebouwtje andere nuttige werkzaamheden voor de staat verrichten, zoals het knopen van touwen. En dat dan tot je veertig was. Een jaar na die lichamelijke keuring - de geest was blijkbaar altijd bruikbaar in een leger - kreeg je weer post, kon je een gratis treinkaartje ophalen bij de gemeente en mocht je je voorstellen aan de wachtcommandant van een of andere kazerne. Je kon er op rekenen dat dat gebouw aan de andere kant van Nederland lag, dus als je in het weekend weer werd vrijgelaten zat je ook nog eens urenlang in dat apepak met baret in de trein op weg naar huis. Als je het in je hoofd haalde om je in de wc om te kleden, was de kans dik aanwezig dat je gepakt werd, want onze militaire politie hing overal rond en had daar een goede neus voor. De straf op dit soort vergrijpen was niet mals.

Als je na een maand of twintig weer gewoon burger werd, had je werkgever de plicht om je weer terug te nemen, maar men kan zich wel voorstellen, dat dit tot knap vervelende situaties kon leiden. Er zat natuurlijk al lang iemand anders op die baan. Had je de pech om niet op je ongeneeslijke pukkels of klutsknieën te worden afgekeurd, dan restte de gemotiveerde legerhater nog slechts één reddingsoperatie: S5. De meeste jongens waren een beetje bevreesd voor de gevolgen voor een S5-er. De S stond voor stabiliteit, sloeg op je geestelijke vermogens en het cijfer 5 duidde aan, dat het zeer slecht met je gesteld was. Hoger dan 5 bestond dan ook niet. Een baan bij de overheid of gemeente kon je daarna wel schudden, want bij die instanties was de redenatie dat S5-ers niet helemaal goed wijs waren. Had je wel het lef om die zijuitgang uit het leger te kiezen, dan was het wel een hele tour om deze titel te bemachtigen: de psychiater. ’t Was de enige persoon op aarde die je van deze felbegeerde titel kon voorzien. Als het je gelukt was, en dat gold toch wel voor veel jongens, dan kon je direct door naar de toneelschool. Je had tenslotte een wereldprestatie geleverd en dat 24 uur per dag, zeven dagen lang. Ik weet er alles van.

Terug naar de muziek.

In het leger kon je je wel beschikbaar stellen voor de militaire kapel, maar daar zaten in de regel niet op een elektrische gitaar te wachten, omdat ze een iets ander repertoire hadden, vooral marsen en zo. Ook het marcheren met zo’n instrument met een snoer eraan was nou niet echt praktisch. Het spreekt voor ziczelf dat een band waarvan de zanger onder de wapenen werd geroepen, in de regel een andere zanger moest zoeken. Je zat de hele week en zelfs het hele weekend in zo’n shitkazerne opgesloten en had dus gewoonweg geen tijd om muziek te maken. Zogenaamde meerderen hadden tenslotte ook nog het recht om je op zaterdag en zondag arrest te geven als je kast niet opgeruimd was of als je je een keer niet goed geschoren had…

Als band viel er met zo’n pechvogel niet te werken en dus werd er iemand anders aangetrokken. Bovendien was het geen gezicht in de popmuziek, zo’n gladgeschoren kop met weinig tot geen haar. Want dat haar moest er natuurlijk af om er als een echte soldaat uit te zien. Een enkele popheld uit het verleden heeft het wel gered. Zo was daar de fameuze zanger (vroeger heette dat zelfs voorzanger) van onze enige echte onvervalste Earring die ter compensatie een paar flinke bakkebaarden liet groeien. Let wel, pas nadat schriftelijk, in drievoud, een verzoek daartoe was ingediend bij de legerleiding, met een geg
ronde motivering erbij. Die was altijd dezelfde: ter verfraaiing van het uiterlijk.

Veel jongeren zullen het zich niet kunnen voorstellen, maar in de beginperiode van de popmuziek kon je een hoop problemen verwachten als je besloot om niet meer naar de kapper te gaan en de zaak te laten groeien. Maar waar hebben wij het over, hoe lang was je haar nou eigenlijk? Je voorhoofd werd een beetje bedekt en het hing op je kraagje. Het vroegere standaardmodel, de scheiding bleef gewoon zitten. Maar het scheelde enorm in je status op de middelbare school. Maar oh wee, als dan die vervloekte feestdagen er aan kwamen. Dan kon je het nog een beetje rekken tot de laatste middag, maar dan stuurde moeder je toch echt naar de kapper. “Wat moesten de andere mensen er niet van denken!” En haalde je het in je hoofd om tegen de knipper te zeggen, dat er niet zo veel af hoefde, dan want het was niet ondenkbaar dat je teruggestuurd werd. De oudere generatie had nou eenmaal een heel andere visie op hoe je eruit hoorde te zien. En de ellende begon pas echt als je op je zestiende van school kwam en bij een baas aan de gang wilde. Natuurlijk wist je op die leeftijd echt niet waar je de rest van je leven je vrije tijd aan ging verspillen. Dus eerst maar even een start maken op een suf kantoor. Mijn situatie week daar niet van af. Ja, ja, dat had je gedacht. Bij de eerste sollicitatie bij een of andere bank begon zo’n opgeschoren figuur al direct te vertellen dat ze liever geen nozems in hun bedrijf wilden. Ik werd in één keer met mijn neus op de feiten gedrukt; zo zat die mooie maatschappij dus in elkaar. De ene na de andere uitnodiging volgde met steeds hetzelfde resultaat, alleen werd de reden niet altijd vermeld. Zo was er die keer, dat ik me bij de firma Lintel te Rijswijk aanbood. Meteen zei die tante van personeelszaken, dat ze geen lange haren wilden. Ik zal hier maar niet vermelden wat ik toen als antwoord heb gegeven, maar erg subtiel was het niet. Tegenwoordig zou ik direct doorgereden zijn naar de commissie gelijke behandeling, maar die bestond toen nog niet.

Ik had het idee dat mijn moeder wanhopiger van de situatie werd dan ik zelf. Tenslotte had ze dat altijd al voorspeld. Ook bij mijn oudere broer en zus hoefde ik geen steun te verwachten. Een gevleugelde uitspraak van mijn zus was toen: “vrouwen hebben lang haar om er wat mee te doen.” Oh, dus? Toen mijn ouders zich na jaren strijd uiteindelijk bij mijn uiterlijk neerlegden, durfde mijn broer ook zijn haar te laten groeien en een sik te laten staan.

Na twee maanden kon ik nergens meer door Delft fietsen of ik passeerde een bedrijf waar ik tevergeefs had gesolliciteerd. In vredesnaam dan maar naar de kapper. En ja hoor, het hielp, een week later was het raak, aangenomen. De Lijm- en Gelatinefabriek op de Rotterdamse weg had er weer een burgermannetje bij. Ik kwam op de afdeling bedrijfsadministratie. Al gauw bleek het goochelen met cijfertjes niet mijn sterkste kant te zijn. Mijn chef, een aardige, in ballenkostuum gestoken huisvader, had beslist niets aan mij. Aan het einde van iedere werkdag moest de eindvoorraad van de grondstoffen kloppen. Dat is werkelijk geen ene dag gelukt. Dus moest die beste man altijd weer komen assisteren. Zijn eigen werk bleef dan natuurlijk liggen. Op een dag kwam de bedrijfsleider uit de fabriek bij mij informeren of er voldoende suiker in het magazijn voorradig was om de volgende nacht postzegellijm te produceren. Ik keek op een van de honderden kaarten in mijn bak en zag dat er ruim voldoende was. Diezelfde nacht bleek dat er in het magazijn niets meer aanwezig was. Blijkbaar had ik ooit eens iets van de verkeerde kaart afgeschreven. Die dag hebben ze de productie stilgelegd en de operators vroeg naar huis laten gaan. En dan natuurlijk lekker laten merken dat het je toch geen ene zak interesseerde. Daar ging mijn kantoorcarrière. Chef Kees had wat te verduren met mij, alleen al wat betreft mijn uiterlijk Toen mijn proeftijd na twee maanden voorbij was, greep ik mijn kans. Ik stopte niet langer meer mijn voor die tijd lange haar achter mijn oren, maar bekende kleur! Ook hield ik met mijn kleding niet langer rekening met de oudere generatie. Lichtgroene overhemden gecombineerd met paarse broeken waren populaire tinten in die tijd, als het maar afweek van de traditionele zaken. Ik deed dapper mee met die nieuwe grillen, want het was gaf een kick om de ouderen te shockeren. Het was het begin van een flitsende serie ontslagen, meestal op staande voet. Het bedrijfsleven zal ’t niet erg vinden dat ik de muziek ingegaan ben…

OKTOBER 78: FULL MOON BAND (deel 2)
(ofwel De Orgasmeband)

Door Wiet Bliemert

Na de schnabbels met de nu echt overleden band Full Moon deed Erik nog een poging om ons nog een keer bij elkaar te brengen. Natuurlijk wilde ik best ik weer meedoen, maar gaf te kennen dat er dan wel wat meer structuur in de muziek moest komen. Blijkbaar vond de rest dat ook, dus op een zaterdagmiddag gingen we weer aan de muziek in het op dat moment gesloten café Freek in Den Haag.

Inmiddels zat men niet meer op die viool te wachten en was er een toetsenist, Mark aangetrokken. Op weg in de auto naar de stek kreeg ik sterk de indruk dat ook Hans wat vastere vormen wilde, niet alleen maar gepiel. Ik hoor het hem nog zeggen :hij wist al zo een nummer van Miles Davis met een sterk thema wat we zo zouden spelen. Dat gaf hoop. Spullen weer opgesteld en aan de slag maar weer. Nee toch! Daar gingen we weer. Weer dat gepiel en geïmproviseer. Nou ja, ik gaf ze toch nog een kans. Misschien was het alleen maar warmspelen. Echter na een minuut of twintig vond ik het wel welletjes en stopte met spelen. Dat moest wel opvallen. Ja, bij de meeste muzikanten wel. Maar bij deze dromers hielp dat niet. O jee, ik zag al weer die wazige blik in die ogen. Weet je wat, ik zet mijn bas neer en ga aan de bar zitten, dat moet toch opvallen. Bij neen, ze gingen gewoon door. Ik begreep er niets van. Ik had de oplossing: ik ga gewoon naar buiten.

De muziek ging gewoon door. Dan maar forse maatregelen. Ik deed mijn gitaar in de koffer, brak mijn installatie af en sleepte mijn box en versterker naar de uitgang. De muziek ging gewoon door. Ik ging weer de straat op, haalde de auto en laadde mijn spullen in. Ondertussen werd er gewoon onverstoorbaar doorgemusiceerd. Nou, dikke lul, ik ga naar huis. Toen ik Den Haag bijna uitgereden was besefte ik dat deze impulsieve actie van me toch niet handig was. Zo kwam ik niet in die grote muziekscene. Dus toch maar weer terug. Ze zouden zich nu toch wel afvragen waar de bassist was gebleven en aan het praten zijn. Natuurlijk niet: hoe kon ik nou zo naief zijn? Toen ik na zo’n minuut of vijfentwintig weer voor de deur van de kroeg parkeerde, hoorde ik tot mijn stomme verbazing, dat ze nog steeds aan het spelen waren. Ik ben naar binnen gegaan en ik weet niet meer hoe, maar ik heb het voor elkaar gekregen dat ze stopten. Ik zal, denk ik, de stoppenkast hebben opgezocht of zoiets om de stroom af te zetten. Het bleek in ieder geval dat ze me niet hadden gemist. De lauwe reactie was in de trend van oh, was je er dan niet meer? Het leek wel of ik ze met geweld uit een soort diepe slaap had gehaald.

Ik heb nog een poging gedaan om mijn mening te geven over het gebeuren, maar veel zin had dit niet. Men wilde niet te gewoon doen en het moest vooral niet verkoopbaar zijn. Ieder zijn smaak, maar hier had ik dus geen zin meer in. Kort hierna ging Pierre naar Sweet d’Buster, een band die behoorlijk scoorde en redelijk commercieel was. Mark ging o.a. reclamemuziek maken.
Die principes toch.

SEPTEMBER ’78: FULL MOON BAND (deel 1)
Door Wiet Bliemert

Foto: "De geweldige drummer Pierre..."

Een telefoontje. Daar was mijn maat Erik weer eens aan de lijn. Deze aardige jongen met dat lange haar tot op zijn pielemuis had al vaak optredens voor me geregeld. Blijkbaar omdat hij dat leuk vond en mij als bassist wel zag zitten. Ook mijn eerste leerlingen had ik aan hem te danken. Maar dit keer was het echt bloedserieus. Een Amsterdamse band was er mee gestopt en nu waren er ineens toch optredens. Violist Lucas werd er door overvallen en belde in paniek regelaar Erik dus maar. Of die nog een paar muzikanten had. Nou dan was hij dus aan het goede adres. Als gitarist koos hij voor ene Hans uit Den Haag. Toen een opvallende verschijning. Op de eerste plaats als speler en ten tweede door zijn behoorlijke postuur. In de handen van die grote beer leek die enorm grote jazzgitaar een kleine ukelele.

Op drums kwam de geweldige drummer Pierre, die ook toen al veel grote Nederlandse bands zoals Brainbox en Focus had versleten. De volgende avond gingen we al meteen in Amsterdam oefenen. Ik pikte Hans in de hofstad op en we arriveerden na zo’n klein uurtje bij onze Amsterdamse Paganini. Daarna werd er koers gezet naar de oefenruimte. Een hele luxe in dit geval. Dit was namelijk een geluidsstudio. Na kennis gemaakt te hebben met Pierre, die een enorm relaxte kerel bleek te zijn, gingen we aan de slag. Vanaf het eerste moment werd alles opgenomen. Na zo’n drie kwartier aan een stuk geïmproviseerd te hebben, verwachtte ik dat we een vast repertoire voorgeschoteld zouden krijgen. Maar neen hoor, dit gepiel en kicken op jezelf bleek juist de bedoeling te zijn. Nou ja, mij een zorg: voorlopig speelde ik wel met die geweldige drummer en dat gitaarspel van Hans loog er ook niet om. De band werd afgeluisterd en het viel me op dat alle muzikanten en de opnametechnici in een soort roes raakten, alsof ze een soort orgasme kregen bij het horen van al dat gefreak. Ik lulde ook maar een beetje mee, anders zou ik er weer niet bij horen. Na nog twee van die sessies vond men het wel genoeg en er werd afgesproken om de zaterdag erna dit tafereel te herhalen.

Zo gezegd, zo gedaan. Totdat in de Schipholtunnel de Opel Kadet van Bliemert een heel ander geluid begon te maken. De uitlaat was zo ongeveer in tweeën gebroken. Maar ja, het was zaterdag en alle garageachtige tenten waren allemaal dicht. Een uitlatenservice bestond nog niet. Dan in Godsnaam maar doorrijden en maar zien hoe dat afliep. Niet goed dus. Bij onze repetitieruimte (dit keer gewoon in een huis) stapte er een figuur van een motor af.: een agent. Een ontzettende klootzak die zijn bonnenboekje al in zijn hand had. Geen gesprek mogelijk. Dacht zo’n eikel nou echt dat ik met opzet dwars door Amsterdam reed met die pokkeherrie? Een investering van slechts veertig gulden. Toen ik vroeg of ik nu zonder een nieuwe bekeuring weer in Delft zou komen, zei die paardenlul dat ie dat natuurlijk niet kon garanderen. Of er nog niet genoeg ellende was geweest, bleek dat we ook nog op de vierde verdieping moesten zijn.

Via de trap natuurlijk. Na al dat gesjouw en rug verzieken zijn we de rest van de middag weer lekker op onze instrumenten klaargekomen. Hierna hebben we nog een keer in het plaatsje Halfweg ‘’geoefend ‘’ in een leegstaande kerk. Ook hier kregen we weer bezoek van onze vrienden met een pet op. Er hadden natuurlijk weer wat bewoners geklaagd over geluidsoverlast. Muziek verstoren door de politie kwam blijkbaar op alle niveaus voor, ook als je Pierre heet en bij Focus had gespeeld. Uiteindelijk kwam het eerste optreden in de plaats Bergen in Noord Holland. Dat onze ‘’muziek’’ niet echt aansloeg bij het publiek laat zich raden. Nog erger was dat ik na afloop ook nog een parkeerbon had. Fantastisch, dat spelen met topmuzikanten. Maar nu pas bleek, wat een geweldige vent die Pierre was. Hij betaalde mee aan mijn bekeuringen. Dat ben ik nooit vergeten en zoiets heb ik ook nooit meer meegemaakt.

Voor de tweede job moesten we naar het plaatsje Heiloo en men vond onze prestaties zo goed, dat een half uur wel genoeg was. Ik voelde me ook behoorlijk voor lul staan bij die optredens. Na deze geweldige ervaringen spraken we wat vaags af over een eventueel vervolg. Ik kon het me echt niet voorstellen…

'De eerste stappen'

Door Wiet Bliemert

Eindelijk was het dan toch zo ver. Op 25 mei 1966 (het was op een woensdag) werd ik 14 jaar en het cadeau dat ik thuis kreeg was een echte GITAAR. Nou ja, geen nieuwe natuurlijk, want dat was bij de familie Bliemert niet echt gangbaar, maar de afgeschuurde en opnieuw gelakte akoestische gitaar, die van mijn broer was geweest. Het was duidelijk dat hij dat instrument niet onder de knie had gekregen dus kreeg de volgende (ik dus) alle kansen om er wel in te gaan slagen. Het instrument was verpakt in een hoes waarvan je je afvroeg of de regendruppels er niet direct doorheen zouden lekken, maar goed, de fel oranje draagband (het leek wel een soort oorkonde) maakte alles nog mooier. Aangezien het er niet inzat dat het allemaal vanzelf zou gaan, werd er ook gitaarles bijgeleverd.

Drie dagen later werd er met de fiets naar de andere kant van Delft gereden en aangebeld. Een aardige man deed open en nadat ik gevraagd had of hij de gitaarleraar was en ik een bevestigend antwoord had gekregen, bleek hij ook nog plaats voor me te hebben. Dat werd zaterdag van 17.00 tot 18.00 (jawel een heel uur dus). De kosten bleken ook wel mee te vallen. Voor een maand, of dat nu vier of vijf zaterdagen waren maakte niet uit, leraar Bob ging volgens mij dag en nacht door- betaalde je zes hele guldens. Een week later kon ik al beginnen en de week erna heb ik braaf het geleerde G C en D akkoord zitten oefenen. De volgende les kreeg ik ook al een echte song mee als huiswerk: “Sloop John B” van de Beach Boys. (stond voorlopig wel nr. 1 in de Top 40).

Niet alles weet ik nog uit de twee jaar lessen te herinneren, in ieder geval was ik volgens mij uiteindelijk niet de meest hardwerkende leerling. Achteraf gezien heb ik er toch wel veel geleerd. Bij Bob kon je sowieso terecht voor de meest ingewikkelde akkoorden en de les was voor mij al geslaagd als hij weer een nieuwe in mijn schrift noteerde. Het had ook met een soort stoerheid te maken, want ik leerde dat je al die akkoorden een keertje op je gitaarhals kon opschuiven met als gevolg dat ik er gauw in theorie een paar honderd wist. Al die schriften heb ik nog steeds en ik kan me niet voorstellen dat ik ze ooit zal weggooien.

Na zo’n maand of zeven leerde ik ook de eerste noten via het nummer “This Land Is Your Land” van Trini Lopez, niet echt een popnummer maar goed… het ging tenslotte om het lezen. In ieder geval is het Bob wel gelukt om mij wat andere stijlen dan Top 40 nummers bij te brengen. Het spelen van een solo en het opdrukken van een snaar behoorde blijkbaar niet tot de mogelijkheden; daar kwam ik later pas achter.

Blijkbaar vond ik na 2 jaar dat ik het instrument al beheerste, want na het behalen van dat Mulodiploma heb ik er een punt achter gezet. Heel voorzichtig maakte Bob mij in de loop van de tijd duidelijk dat die gitaar van me nou niet echt een van de betere was. Thuis meldde ik dit en het bleek dat dit geen enkel probleem was. Mijn broer had uit militaire dienst nog een, jawel, elektrische gitaar meegenomen. Het verhaal was dat de afgezwaaide eigenaar het instrument was vergeten mee te nemen en natuurlijk werd die naar mij doorgeschoven.

Het kostte tenslotte niets! Dus met vader naar Bob die onmiddellijk oordeelde dat dit apparaat (zelfbouw uiteraard) 100% beter was. Later heb ik na vijf weken tegeltjes inpakken bij de Porceleyne Fles in de Flower Powerzomer van 1967 van de verdiende 180 gulden bij de firma Dol in de Choorstraat een echte nieuwe Egmond gitaar gekocht. Een klein probleem speelde hier toch nog een belangrijke rol. Dit scheurijzer stond in de catalogus geprijsd voor fl 115. Voor mekaar, bestellen maar. Echter na een week stuurde Dol mij een kaartje waarop hij meldde dat de gitaar binnen was, alleen de prijs was hoger uit gevallen: maar liefst fl 122,50.

Ons kleine huisje in de Dr. Schaepmanstraat stond te trillen: was die vent gek geworden! Gewapend met mijn zeven jaar oudere broer ging ik op vrijdagmiddag naar de muziekzaak en alles liep toch nog goed af. We deelden namelijk het verschil. Die gitaar heb ik nog steeds en er schijnen liefhebbers genoeg voor te zijn. In het verleden heb ik hem eens uitgeleend aan de punkgroep de Rondo’s en die wilden hem graag kopen. Natuurlijk zal ik hem nooit wegdoen ook al zit er een hals op die zo dik is als een tafelpoot. Van de rest van het zuurverdiende geld heb ik nog een versterker met twee boxen met bloemetjes motief als speakerdoek en een microfoon met superzware standaard gekocht. Ook nu was alles weer zelf gefabriceerd.

Een jaar later had men op school vernomen dat ik één van de weinigen was die gitaar speelde, ineens hoorde ik er bij en zo gebeurde het dat tijdens de middagpauze op de Mulo er door de stoerste figuren van de school aan Bliemert werd gevraagd of hij ook bas speelde. Het plan was namelijk dat er een band zou worden opgericht die op het sinterklaasfeest zou spelen.

Natuurlijk zei ik ja. Het was puur blufwerk, want ik had nog nooit een basgitaar in mijn handen gehad, maar ik had er alles voor over om er echt bij te horen. Bassen, dat deed je toch gewoon op de vier dikste snaren van je gitaar? Het gevolg was dat er twee weken later werd geoefend. Al snel bleek dat de gitarist (John) in snelheid het nodige had ingeleverd dus werd hij met twee vingers weggespeeld tijdens de eerste bespreking met een indrukwekkende vertolking van “House Of The Rising Sun”. Mijn ster steeg snel. Oefenruimte was vooral in die tijd iets wat eigenlijk niet bestond: wie wilde nou die klereherrie in zijn buurt? Maar daar het tenslotte schoolband heette, bleek het toch niet zo’n probleem om op de vrije dinsdagmiddag ons leslokaal te laten schudden op zijn grondvesten (Althans dat dachten we dat dat met toch wel 20 Watt mogelijk moest zijn).

Het repertoire stond al snel vast: De Stones. De reden hiervoor was heel simpel: John hield van de Stones en daar John één van de stoerste figuren van de school was, moest die muziek dus ook wel okay zijn. Gelukkig bleek er toch nog wat ruimte voor nummers van andere bands. Ik had tenslotte nog twee snaren over om loopjes van o.a. de Kinks er bij te doen.

De tweede repetitie moest op zaterdagmiddag plaatsvinden (in de ochtend zat je toen nog gewoon op school!). Helaas was er na 12 uur niemand op school om ons in de gaten te houden en de sleutel kregen we natuurlijk ook niet. Toch wel een probleem. Gelukkig kreeg ik hulp vanuit een hoek die ik wel als laatste had verwacht: mijn moeder. Blijkbaar zag die toch wel een toekomst in de muziek voor me weggelegd. Tijdens het ontbijt kreeg ik toestemming om met de hele band te oefenen in het tuinhuis wat als extra kamer in ons niet al te grote huis voor mijn broer werd gebruikt. De buurt zal er blij mee geweest zijn.

Helaas gaf na twee repetities mijn installatie de geest het met als gevolg: einde band, aangezien iedereen over mijn spullen speelde. Geld om te laten repareren was er natuurlijk niet. Gelukkig hadden we wel een naam, kaartjes (ik wou dat ik er nog een had) én een manager. Overleg hierover had mij niet bereikt, maar goed, ik hoorde er nu wel tenminste volledig bij.

Uiteindelijk heb ik me in een jurk van mijn moeder gehesen en meegedaan met het toneelstukje tijdens het sinterklaasfeest op school, want nu werd ik daar natuurlijk ook voor gevraagd.