![]() Fragment uit ‘When The Lady Smiles’ |
Hillary (februari 08) Door: Marcel Bizarro |
Aangezien ik als fervent popkwismaker altijd een link met muziek probeer te leggen, begon ik te fantaseren welke liedjes Nederlandse politici in hun campagne zouden kunnen gebruiken. Voor onze minister-president is de keuze niet moeilijk, want zijn favoriete liedje aller tijden is natuurlijk een flauw Beatles liedje: ‘Hey Jude’.
Van SP-er Jan Marijnissen is bekend dat hij groot Rolling Stones fan is. Zijn favoriete Stones top 3 (zie boek ‘De Teennagels van Keith Richards van Karel Kanits) bestaat uit: 1. ‘That’s How Strong My Love Is’, 2. ‘Jumping Jack Flash’ en 3. ‘Tumbling Dice’. Aangezien het eerste liedje voor de meesten te onbekend is en ‘Jumping Jack Flash’ te afgezaagd, lijkt ‘Tumbling Dice’ een logische keuze, want het blijft een gok die politiek.
Wouter Bos is wel eens van de herenliefde beticht, er zijn geen bewijzen voor, maar aangezien liedjes van Gordon en Joling niet bij hem passen, zal de culthit ‘Gay Bar’ van Electric Six wel goed in zijn campagne passen. Dan zal hij in ieder geval veel stemmers uit de hoek van de roze zaterdag-bezoekers krijgen.
Een hit van Circus Custer zal niet in aanmerking komen voor Marianne Thieme, lijsttrekker van de Dierenpartij. De enige hit van Ronnie & de Ronnies, ‘Beestjes’ uit 1967, lijkt de ultieme Dierenpartij-tune: “Weet je wat ik zie als ik gedronken heb? Allemaal beestjes.” Mevrouw Thieme is tegen dierentuinen en circussen, maar lijkt mij niet vies van een avondje drankgebruik.
Bij VVD-er Mark Rutte denk ik gelijk aan een liedje van Bennie Nijman. Als hij na een lange dag oppositie voeren, ’s-avonds laat thuiskomt en met een glas whiskey op de bank neerploft, dan hoor ik hem in zijn bekakte accent al zingen: “Een vrijgezel die gaat pas slapen, als 'ie al z'n zinnen heeft geblust”.
André Rouvoet, van de Christenunie daarentegen, is vanwege zijn geloof een echte familieman. Hij is keurig getrouwd en is trotse vader van 5 kinderen. De Fleetwood Mac hit ‘Family Man’ uit 1988 lijkt hem op het lijf geschreven.
Voor Femke Halsema van GroenLinks heb ik twee liedjes bedacht. Allereerst ‘Hair’ van Zen, vanwege de al dan niet gemanipuleerde naaktfoto van Femke die een aantal jaren terug via internet circuleerde, daarin had zij een behoorlijk behaarde schaamstreek. Maar misschien is de Tom Jones hit ‘Green Green Grass Of Home’ beter van toepassing.
Ten slotte Geert Wilders. Daar wil ondergetekende weinig woorden aan vuil maken. Zijn song: ‘Killing An Arab’ van The Cure.
Gelukkig hebben wij niet van die opgeklopte toestanden als in Amerika en roepen de meeste politici geen associaties met popmuziek op. Popmuziek blijft altijd een interessante bijzaak in het leven, de politiek is (naar mijn bescheiden mening) een noodzakelijk kwaad.
![]() |
Mijn iPod (januari 08) Door: Marcel Bizarro (voorzitter vereniging tegen de huisvrouwennattekuttenmuziek) Er is al veel over geschreven, ook op deze site, de eindejaarslijstjes van de Top 2000, Niet De Top 2000 van Radio Rijnmond en nu heeft Kink FM de Kink 1212, met een overzicht van hun alternatieve top 1212. Op de Top 2000, in de kerstweek dagelijks op tv, was veel kritiek. Vaak terecht, maar ik heb toch wel weer met erg veel plezier naar de afleveringen gekeken. Toch zet ik grote vraagtekens bij de notering van het kinderbandje The Shorts van de hit 'Comment ça va' uit 1983, Willeke Alberti, Paul de Leeuw, André van Duin ('Willempie'), Henk Wijngaard ('Met de vlam in de pijp') en nog meer flierefluiters als Gerard Cox. Horen deze artiesten niet in een hele andere lijst op piratenzenders ofzo? Terwijl ik de hoge notering van Boudewijn de Groot's 'Avond' nooit begrepen heb. Als deze alom gerespecteerde zanger een liedje in de top 10 zou moeten hebben, dan toch liever 'Welterusten Meneer De President' of beter 'Jimmy' (Hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant…..'). |
Zelfs Kink FM heeft enkele missers. Niet dat ik de uitstekende zanger Curtis Mayfield een notering misgun, maar hij is toch een soulzanger die niet in een alternatieve lijst thuishoort. Met enige verbazing zag ik de notering Soft Cell. Gelukkig stond hun hit 'Tainted Love' niet zo hoog (op de 799ste plek), maar de mensen moeten er toch 2.40 min. naar luisteren. Dan zouden zij net zo goed Wham en/of George Michael erin kunnen zetten, dat verschilt niet zoveel van genre, aanhang en geaardheid.
Even speelde bij mij de gedachte een eigen top 100, 1000 of 2000 te maken, zonder het door mij zo verfoeide 'huisvrouwennattekuttenmuziek' genre. Maar eigenlijk heb ik die al, een top 8754. Dan zijn alle nummers die momenteel op mijn iPod staan. Sinds de aanschaf van deze super mp3 speler (in september jl.) heb ik het grootste gedeelte van mijn collectie erop gezet. Ik begon met alles van mijn favoriete artiesten zoals The Rolling Stones, Herman Brood & his Wild Romance, Sex Pistols, Iggy Pop (+ The Stooges), Ramones, Bruce Springsteen, The Scabs, U2 en nog wat helden erop te zetten. Dat was al een behoorlijke klus. Daarna ging ik van A tot Z mijn hele collectie langs. Van sommige bands (AC/DC, Green Day, Nirvana, Pearl Jam) deed ik volledige albums, van anderen weer de beste nummers. Zo kwam ik tot een herontdekking van mijn eigen collectie. Totaal vergeten nummers die toch wel dusdanig goed zijn, dat ik ze weer regelmatig draai. Op het debuutalbum van Elvis Costello ('My Aim Is True' uit 1977) stond het geweldige rock'n'roll nummer 'Mystery Dance', een song die in de eind jaren 50 niet in de hitlijsten zou misstaan. Zo kwam ik ook de band The Godfathers tegen. Deze Londense rockband leerde ik kennen via het programma The Tube, met presentator Jools Holland. De VPRO zond dit programma halverwege de jaren 80 uit. Hun bekendste nummer is ongetwijfeld 'Birth, School, Work, Death' uit 1988. Maar nog beter dan dit nummer was 'Walking Talking Johnny Cash Blues' van het in 1989 verschenen album 'More Songs About Love And Hate'. Het goede nieuws is dat deze band in originele bezetting vanaf februari weer op tournee gaat.
Ook uit mijn Nederpop-collectie kwamen wat 'juweeltjes' naar boven. Het mooiste voorbeeld hiervan is de Amsterdamse rock'n'roll band L'Attentat, die in de jaren 80 een geduchte live reputatie had. Ik heb vroeger menig optreden van deze band gezien, natuurlijk in Pijnackers jongerencentrum de Trucker, maar ook in De Eland in Delft. Op de CD 'Making It Up' bleken twee geweldige songs te staan: 'Ringo's Hide Out' en 'She Loves My Automobile'.
Terugluisterend naar deze bovengenoemde tijdloze nummers kom ik tot de conclusie dat er niet alleen in nieuwe muziek nog veel te ontdekken valt, maar het doorspitten van de eigen collectie ook nog tot verrassende dingen kan leiden. Nog dagelijks luister ik op mijn iPod (als ik 'onderweg' ben) met veel plezier naar 'vergeten' artiesten als Dave Edmunds, Graham Parker & The Rumour, The Beat en vele anderen artiesten die de popmuziek voor mij tot zeer belangrijke bijzaak in het leven hebben gemaakt. Helaas hebben de TV zenders dit niet in de gaten; er worden namelijk te weinig programma's over popmuziek gemaakt. Ik hoop, na de gigantisch hoge kijkcijfers van de Top 2000 A Go Go, dat daar in 2008 verandering in komt.
![]() |
Wild Romance Door: Marcel Bizarro
Nog een weekje en dan is de premiere van Wild Romance, een film over het leven van Herman Brood. Ik wil niet opscheppen, maar ik heb de ruwe versie van de film al op 19 maart jl. gezien. Het was een soort voorvertoning, waarbij de bezoekers na afloop moesten vergaderen en aangeven wat er eventueel niet klopte of wat ze beter anders konden doen. Het viel op dat ik de enige echte Brood-fan was. Natuurlijk vond ik wat fouten, waarover hieronder meer. Een week voor deze vertoning had ik het hele script al gelezen. Via via kreeg ik een paswoord en kon daarmee op de site komen, die alleen voor acteurs en medewerkers toegankelijk was. Het downloaden van een pdf met het volledige script was een fluitje van een cent. |
De film gaat hoofdzakelijk over Herman’s roerige jaren van 1977 tot 1979. De opkomst en de ondergang van het fenomeen. Een flink deel van de film gaat over de Amerikaanse tour in 1979. Tijdens deze tour stopte de tourbus bij een benzinestation. Toen enkele bandleden langs een auto liepen, waarvan het raam openstond, klonk daar de intro-tune van klassieker ‘Saturday Night’. “We zijn op de radio”, werd er geroepen en even later stond het gezelschap naast de auto naar de radio te luisteren. “Neon Light in the open all night, was just in time replaced by the magic appearance of a new day while melancholic Reno ........” klonk er uit de boxen. Daar bespeurde ik de eerste grote fout. In de film liet men de Nederlandse versie van ‘Saturday Night’ horen. Die is daar nooit op de radio geweest. Voor de Amerikaanse markt werd een andere mix met een alternatieve tekst opgenomen. Daar begon de tekst met: “Beautiful soulmusic comes out of the jukebox, chicks dressed to kill....”. Uiteraard heb ik dit na afloop tijdens de vergadering aangegeven. Zonder de hele film te willen beschrijven, de belangstellenden moeten zelf maar naar de bioscoop gaan, zag ik nog een tweede kwalijke fout, die misschien niet meer te herstellen was. Aan het einde van de USA tour was er in de vermaarde New Yorkse Bottom Line het laatste Amerikaanse optreden van Herman Brood & his Wild Romance. De uit Nederland in versterkers verborgen en meegesmokkelde dope was op. Zonder dit genotsmiddel kon Herman zijn kunstje niet doen. Terwijl het een heel belangrijk optreden was voor veel persmensen en platenbonzen. Koos (Coach) van Dijk ging die middag naar de Bronx om voor Herman drugs te scoren. Ter plaatse werd hij met een fles op zijn kop knock-out geslagen en beroofd van zijn geld. Toen hij ’s-avonds in de Bottom Line arriveerde was er op zijn kale kop nog geen schrammetje of bult te zien. Ook dit heb ik tijdens de vergadering gemeld. Ik ben benieuwd of men zich iets van mijn kanttekeningen heb aangetrokken.
Inmiddels
draait de publiciteitsmachine op volle touren. Er gaat geen dag voorbij of
men heeft in het programma wel een item over de film. Overal komen er optredens
met The Wild Romance (o.a. in het Paard in Den Haag op vrijdag 10 november
waar ondergetekende DJ zal spelen), verder een premierefeest in Paradiso (zon.
5 november), ook zijn er o.a. optredens in Winschoten (De Kinker, vrijdag
3 november), Groningen (De Pudding op 4 november), Amsterdam (Melkweg 7 november
tijdens het OOR feest en op 25 november tijdens CITY FM Tribute to Classic
Rock), Zwolle (Regardz Nieuwe Buitensociëteit 8 november), Eindhoven
(de Effenaar, 17 november) en in Zaandam (de Kade, 24 november).
Ook verschijnt er weer het nodige op CD gebied. Zo komt er een Remix van Saturday
Night uit, door Armin van Buuren. Er komt een Broodbox met geremasterde versies
van de albums ‘Street’, ‘Shpritsz’, ‘Cha Cha’,
‘Go Nutz’, ‘Wait A Minute’ met de onuitgebrachte plaat
‘Kidstuff’. Ook een 3cd box ‘Brood Final’ met zijn
grootste hits en onuitgebracht werk. Er komt een soundtrack van de film ‘Wild
Romance’. Ook komt er het nodige leesvoer. Voormailig Brood gitarist
Dany Lademacher brengt een boek uit met de titel ‘Wild Romance, Een
fijne hel’. In dit boek beschrijft de meestergitarist de eerste periode
met Herman Brood (1977 – 1981). De makers van de film ‘Rock’n’Roll
Junkie’ (uit 1994) hadden nog ruim 100 uur restmateriaal op de plank
liggen en hebben hiervan de DVD ‘Uncut’ samengesteld. In de fraaie
box zit ook een boek met Herman Brood verhalen door o.a. Martin Bril, Bart
Chabot, Jan Rot, Hans Waterman en Joost Zwagerman.
Ook op kunstgebied zal er het nodige gebeuren. Zo is er van 5 november 2006
tot 28 januari 2007 de tentoonstelling ‘Cha Cha, Fenomeen Herman Brood’.
Het Amsterdamse Atelier (wat zich normaal in de Amsterdamse Spuistraat boven
Dante bevindt) is voor de gelegenheid naar Groningen verplaatst.
In Hoek van Holland bevindt zich het Rock & Art Hall Of Fame Holland (oftewel
het Nederpopmuseum). Hier is van 5 november 2006 tot 4 maart 2007 de expositie
‘Brood’s leven’.
Sommigen hebben bij de bovenstaande evenementen hun bedenkingen. Ik vind het
allemaal prima, mijn collectie wordt weer uitgebreid, maar het allerbelangrijkste
is de hernieuwde belangstelling voor mijn idool, de man die ik meer dan 120
keer zag optreden, de man die op 5 november de respectabele leeftijd van 60
jaar zou bereiken.
![]() |
The Rolling Stones Door: Marcel Bizarro |
Anno 2006 ben ik al 33 jaar fan van The Rolling Stones. Nadat ik ze in 1982 voor het eerst zag, heb ik ze daarna nog jarenlang gevolgd in binnen- en buitenland. “The Rolling Stones, die ouwe lullen zijn toch niet meer vernieuwend?”, beweren boze tongen. “Het is toch altijd hetzelfde wat ze doen”, zeggen anderen. In het eerste geval hebben ze wel gelijk, maar in de 32 keer dat in mijn favoriete rock & roll band zag (waarvan 10x in het buitenland), speelden zij 99 verschillende songs. Zelfs de laatste keer in de Arena (eind juli 2006) deden ze nog zeven nummers die ik live nog niet eerder gehoord had toen ik erbij was. Hieronder een verslag hoe ik die concerten beleefd heb.
![]() |
Angie 'De singlehoes van Angie uit 1973' |
Kuip
|
'Mick Jagger in de Kuip 1982' |
|
Parijs Het duurde acht jaar eer ik de Stones weer kon zien. Na het ‘Steel Wheels’ album in 1989 volgde een USA en Japanse tour en op 18 mei 1990 was ik weer present bij de aftrap van de Europese tour (ditmaal Urban Jungle Tour genaamd), wederom in de Rotterdamse Kuip. Een dag later 19 mei had ik ook weer een veldkaartje en voor het ook uitverkochte derde concert (op 21 mei) had ik een VIP kaartje voor de eretribune gekocht. De veldkaartjes kostten toen ƒ 60,- (EUR 27,23). De VIP kaart kostte mij ƒ 125,- (EUR 56,72). De jaren 60 hit ‘Paint It Black’ werd in die periode opnieuw uitgebracht vanwege de populariteit van de serie ‘Tour Of Duty’, waarin het steeds te horen was. Het nummer bereikte de eerste plaats van de top 40, terwijl de van ‘Steel Wheels’ afkomstige single ‘Mixed Emotions’ niet hoger kwam dan een tiende plaats. The Rolling Stones kwamen er niet onderuit het nummer dan te spelen. Geheel in de traditie van de voorgaande tour, wilde ik een maand later naar het buitenland en boekte een busreis voor het optreden in Parc des Princes in Parijs. ‘Het kon ditmaal wel eens echt te laatste keer zijn’, dacht ik in mijn naïviteit. Erg leuk dat de Stones in Parijs een (langzame) bluesversie van de Willie Dixon-song ‘I Just Wanna Make Love To You’ deden, welke op de allereerste Stones plaat uit 1964 staat. |
| Paradiso Als fervent popkwisser zat ik in maart 1995 tijdens één van de maandelijkse avonden in een Pijnackerse kroeg, toen een niet nader te noemen Mojo medewerker mij vertelde dat ik 26 en 27 mei vrij moest houden. Voor de gein antwoordde ik: “Ja dan komen de Stones in Paradiso”. Het was nog waar ook “Dat mag je tegen niemand zeggen, want pas drie mensen bij MOJO weten het, voor de rest echt niemand.” De voorverkoop zou enkele weken voor het concert op een zaterdag zijn en via de radio werd het om 10 uur bekend gemaakt. Die vrijdagavond ervoor dus vroeg naar bed. ’s-Nachts werd ik uit bed gebeld door de bewuste MOJO medewerker die mij mededeelde: “De voorverkoop is morgen in de buurt van het Leidseplein en het is NIET bij Paradiso”. Ik vroeg of het dan bij het Amsterdam Uitbureau was, waarop hij antwoordde: “Dat mag ik niet zeggen, maar wel zoiets.” Een aantal uren later stond ik dus met mijn neus tegen de voordeur van het bewuste voorverkoopadres. Niemand kon er eerder naar binnen dan ik. Het werd enorm druk en iedereen had een radio bij zich. De spanning steeg en om 10 uur hoorden wij: “Melkweg”. Iedereen rende naar de Melkweg, in de richting van de café zijde. Als een kuddedier ging ik erachteraan. Toen moesten wij nog een stukje omlopen waardoor we veel te laat bij de brug van de Melkweg stonden. Aangezien er voor de twee Paradiso shows maar 600 kaartjes per avond verkocht werden en er enkele duizenden mensen stonden te dringen, werd ik zowat doodgedrukt. |
|
Ik wilde er eigenlijk alleen nog maar levend uit. Ik stond nog vrij ver vooraan. Toen er echter nog enkele mensen voor mij stonden, werd er een spandoek uitgerold: SOLD OUT. Wat had ik de pest in. Teleurgesteld ging ik op het Leidseplein aan het bier. In de zaal waar ik al zoveel helden heb zien schitteren, kon ik mijn favoriete band niet zien. De MOJO-medewerker belde mij later die week op om te vragen of het nog gelukt was. Na mijn verhaal zei hij: ‘ik maak het wel goed met je’. Misschien kon er toch nog heen. Helaas, een week later gaf hij mij een T-shirt van het Drum Rhythm festival. Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar ten eerste kon de muziek van dat festival mij niet boeien en ten tweede rook ik niet eens. Gelukkig werd het tweede Paradiso concert op zaterdag 27 mei rechtstreeks op beeldschermen op het Museumplein vertoond en keek ik samen met 80.000 bezoekers, maar wel met gemengde gevoelens, naar een fantastisch concert waar prachtige liedjes als ‘Wild Horses’, ‘Dead Flowers’, ‘Sweet Virginia’ en ‘Shine A Light’ akoestisch vertolkt werden. Een maand later ging ik voor het tweede concert (14 juni 1995) in Stadspark De Goffert in Nijmegen (het eerste optreden die dag ervoor en vier dagen later in het Limburgse Landgraaf geloofde ik wel). Het kaartje kostte ƒ 65,- (EUR 29.50). Mede door een plek met bijzonder slecht zicht vond ik dit optreden, ondanks de prachtige versie van ‘Fool To Cry’, het minst enerverende Stones concert waar ik geweest ben. Wel ging ik nog tweemaal naar Duitsland, de optredens op Shuttdorff Open Air (12 augustus) en op het prachtige racecircuit van Hockenheim (19 augustus). The Rolling Stones besloten het Europese deel van de Voodoo Lounge tour met twee extra concerten in de Kuip op 29 en 30 augustus, waar ik natuurlijk weer bij was, “het kon wel eens de laatste keer zijn”, dacht ik in mijn niet aflatende naïviteit. Vooral aan dit laatste Rotterdamse concert (een kaartje kostte ƒ 75,- wat neerkomt op EUR 34.03) bewaar ik goede herinneringen. Twee van mijn favoriete Stones nummers werden achter elkaar gespeeld: ‘Dead Flowers’ en het zeker niet minder prachtige ‘Far Away Eyes’. Behalve kippenvel kreeg ik er zelfs tranen van in mij ogen.
| Aloha In het kader van het album ‘Bridges To Babylon’ (1997), gingen de Stones weer op tournee door de USA. Ik wilde wel eens naar een Amerikaans concert en liet de tourlijst aan mijn nicht zien. “Waarom ga je niet naar Hawaiï, kan jou het schelen”. Ik besloot de ‘Herman Brood-vriend’ Kees Tiemstra te bellen: “Heb jij 23 en 24 januari volgend jaar wat te doen?”. Na zijn ontkennende antwoord vroeg ik: “Ga je mee naar The Rolling Stones in Hawaiï.” De eeuwige avonturier Tiemstra aarzelde geen moment en kon via zijn werk goedkope tickets regelen. Toen ik mijn plannen in een Pijnackerse kroeg kenbaar maakte, wilde de Pijnackerse Oranjeverenigingorganisator Kees Hogervorst ook mee. Op woensdagochtend 21 januari 1998 stond ik op Schiphol met de beide reisgenoten, die elkaar voor het eerst ontmoetten, voor een enerverende zesdaagse trip. Allereerst twaalf uur vliegen naar Los Angeles, vandaar is het nog ‘slechts’ zes uur naar Hawaiï, gelegen midden in de grote oceaan. De twee geweldige concerten (met de fantastische Johnny Lang in het voorprogramma) in het Aloha Stadium in Honolulu waren een aparte ervaring. Zover van huis op het tropische eiland werden de Stones nummers door de fans keihard meegezongen. De tweede avond speelden zij zelfs ‘Sister Morphine’ van het album ‘Sticky Fingers’. In de toegift had ieder bandlid een Hawaiï krans om, behalve gitarist Keith Richards. Hij hield kennelijk niet van die poppenkast. Eind juni/begin juli 1998 speelden de Stones weer in Nederland. Vijfmaal verkochten ze de Amsterdam ArenA uit. Wat ik nog niet wist toen ik voor alle vijf concerten kaartjes kocht, was dat het geluid in het nieuwe stadion zo belabberd was. Helaas deed Dave Matthews het matige voorprogramma tijdens het prachtige ‘Memory Motel’ (van de LP Black And Blue) mee. De prijs voor een veldkaartje Arena was ƒ 90,- (EUR 40.84). Op 5 september 1998 gaven The Rolling Stones nog een extra concert op het Malieveld in Den Haag. Met twee vriendinnen zat ik ’s-morgens al om kwart over 8 voor de poort. Ondanks het slechte weer was het één van de betere concerten die ik van mijn favoriete rockband gezien heb. Een mooi contrast: voor het eerste concert van deze tour moest ik 18 uur vliegen en voor dit laatste zat ik slechts 15 minuten in de trein. |
![]() 'Voorpagina krant na het Honolulu concert 1998' |

Meet
and greet
In 1999 moesten de Stones nog wat Engelse concerten inhalen, waardoor zij
ook weer ons land aandeden. Geheel in de traditie van het laatste concert
op het Malieveld, stond ik ook op de Drafbaan in het Stadspark in Groningen
(op woensdag 2 juni 1999) in de stromende regen, het was werkelijk noodweer.
Het kaartje was ƒ 80 (EUR 36.30). Een week later reisde ik naar de Zuid
Engelse kustplaats Brighton waar ik logeerde, om van daaruit naar de twee
Stones concerten op 11 en 12 juni in het legendarische Wembley Stadium in
Londen te reizen.

'Marcel (2e van links) en Sandra (4e van links) ontmoeten hun
helden in Landgraaf 1999'
Twee dagen voor die optredens werd ik gebeld door een meisje uit Den Haag, ook Stonesfan, die ik bij het optreden op het Malieveld ontmoette. Zij was uitgeloot voor een prijsvraag op radio 3, waar zij een ‘meet en greet’ met The Rolling Stones kon winnen. Of ik haar wilde helpen met de antwoorden. Op haar kantoor werd er de volgende ochtend een aparte lijn naar Engeland aangelegd, waardoor ik via een radio de vragen kon horen en de antwoorden aan een collega van haar kon doorgeven. Ik wist alle antwoorden, behalve hoe de dochter van Charlie Watts heette. Gelukkig wist zij dat wel en zodoende won ze de ontmoeting met haar helden. Ik hoorde veel gejuich en zei tegen haar collega dat ze haar moest feliciteren en ik wilde eigenlijk ophangen. Toen hoorde ik haar zeggen dat ze mij nog even wilde spreken: “Bedankt voor je hulp, jij mag met mij mee om ze te ontmoeten.” Dat klonk als muziek in mijn oren. In volledige euforie bezocht ik de twee Stones concerten, waar Sherryl Crow het voorprogramma verzorgde. Later deed deze Amerikaanse zangeres nog mee met ‘Honky Tonk Women’. Nadat ik na het allerlaatste Stones concert in dit stadion (wat niet lang daarna afgebroken werd) nog even weemoedig omkeek, verheugde ik mij al op het volgende concert in Landgraaf. Een week later zat ik met Sandra (het meisje die de prijsvraag won) vol spanning in de trein richting het zuiden. Om de zenuwen te onderdrukken begonnen zette wij het behoorlijk op een zuipen. We moesten ons melden bij een bepaalde ingang en werden met een soort golfwagentje op de plaats van bestemming gebracht. Dat bleek een gedeelte in de open lucht, afgezet door wat schotten.
| Er stond een tafel met veel drank en ik besloot daar dankbaar gebruik van te maken. Niet veel later kwam er een dame van de platenmaatschappij die vertelde wat wij allemaal niet mochten doen, zoals kado’s geven, handtekeningen vragen en vooral niets vragen, ook mochten wij de plek waar wij waren niet verlaten, dan volgde verwijdering van het terrein. Weer wat later kwamen wat ongure figuren, die in de mafiafilm The Godfather niet zouden misstaan, de boel controleren. Enkele momenten later stond ik ineens oog in oog met Charlie Watts, gevolgd door Mick Jagger, Ron Wood en Keith Richards. Iedereen kreeg een hand en we gingen met de wereldsterren op de foto. Mick Jagger, die er van heel dichtbij wel erg oud uitzag, draaide zich om en praatte nog even met de knappe Sandra. Het ging allemaal zo snel dat het niet tot mij doordrong. Hierna gingen wij naar het veld, waar Rowwen Heze een thuiswedstrijd speelde. De setlist van The Rolling Stones gaf weinig verrassingen, maar het was in ieder geval een avond om nooit te vergeten. | ![]() 'De plectrum van Keith, Ahoy 2003' |
Ahoy
Het duurde ditmaal maar drie jaar eer The Rolling Stones weer naar ons kikkerland
kwamen. Men startte het Nederlandse deel van de Licks tour op maandag 11 en
woensdag 13 augustus 2003 met twee concerten in de Rotterdamse Kuip. De kaartjes
waren inmiddels EUR 66,- (ƒ 145.44). Tweemaal zat ik vroeg voor de hekken
en stond lekker vooraan in het voorste vak. De dag na de Kuip concerten kreeg
ik een telefoontje van iemand die een kaartje had voor het Vredenburg concert.
Vol goede moed vertrokken wij vrijdag 15 augustus naar Utrecht om het kaartje
in te wisselen voor een polsbandje voor het concert de dag erop. Aangezien
je je moest legitimeren en het kaartje op zijn naam stond bleek het niet mogelijk
om het polsbandje aan mij te geven. Ik had zwaar te pest in, maar ik had één
troost, ik ging diezelfde avond naar het Stones concert in Ahoy wat EUR 116,-
kosten (ƒ 255.63). Ik stond vrij ver vooraan en na het dramatische voorprogramma
van Toots and the Maytals opende de Stones met een geweldige ‘Street
Fighting Man”. Keith gooide na het nummer iets in het publiek en ik
voelde iets tegen mijn borst keek omlaag en raapte het snel op. Het bleek
de plectrum van Keith. Dat verbleekte de teleurstelling dat ik niet naar Utrecht
kon een dag later. Het werd ook een legendarisch Stones show, waarin zij maarliefst
vier nummers van de LP ‘Exile On Main Street’ speelden: ‘Sweet
Virginia’, ‘Loving Cup’, ‘Rocks Off’ en ‘Tumbling
Dice’. Later in de set deden zij zelfs nog ‘Can't You Hear Me
Knocking’ van ‘Sticky Fingers’. Ook tijdens deze Licks tour
zag ik de Stones in het buitenland. Op dinsdag 9 en donderdag 11 september
zag ik The Rolling Stones in The Point in Dublin. Een zaal die iets groter
is dan de Heineken Music Hall in Amsterdam (De kleinste zaal waar ik The Rolling
Stones ooit zag). Op de eerste avond zong de prachtige Andrea Corr (zangeres
van The Corrs) ‘Wild Horses’ mee. De geile Mick Jagger stond tijdens
dit nummer heerlijk tegen haar aan te rijden. Ik kon hem geen ongelijk geven.
Voordat Keith zijn twee liedjes zong, zette hij een oud Iers volkslied ‘It's
A Long Way To Tipperary’ in, het hele publiek zong dit spontaan en keihard
mee. Na deze twee geweldige Ierse concerten blikte ik tevreden terug. “Als
dit de laatste keer was.... dan was het in ieder geval erg goed”, dacht
ik in al mijn naïviteit.

'Rolling Stones op het kleine podium, Amsterdam ArenA 2006'
A
Bigger Bang
Op 3 september jl. gaven The Rolling Stones hun afsluitende Europese concert
in Horsens, Denemarken. Deze tour ging ik niet naar het buitenland. De hoge
prijzen van de tickets deden mij besluiten dat ik het allemaal wel geloofde
met die buitenlandse concerten. Even twijfelde ik of ik wel naar de ArenA
ging. Achteraf had ik geen spijt, want ik had een kaartje voor het voorste
vak voor slechts EUR 118,- (ƒ 260.04). De Bigger Bang show was enerverend,
vooral toen het middelste deel van het podium op rails naar het midden van
het veld schoof en The Rolling Stones gewoon doorspeelden. Prachtig was het
dat zij ‘Sway’ van Sticky Fingers deden, die zij echt sporadisch
spelen. Kippenvel kreeg ik bij het prachtige ‘As Tears Go By’.
Het geluid was zowaar prima. Tijdens het afsluitende ‘Satisfaction’
besloot ik alvast richting trein te gaan. Het was wel mooi geweest. Dat The
Rolling Stones nooit meer komen, geloof ik niet in. Er staan alweer 19 Noord-
Amerikaanse concerten in de planning voor september en oktober. Er gaan geruchten
dat zij volgend jaar in het nieuwe Wembley Stadion in London gaan spelen en
nog wat Europese concerten gaan inhalen, die wegens het ongeluk van Keith
(die uit een boom viel tijdens het plukken van een kokosnoot) afgelast waren.
Dan zullen zij ongetwijfeld Nederland weer aandoen en zal ik er wel weer bijzijn.
A
tribute
Deel 3 |
Een aantal jaren geleden deed ondergetekende met een gelegenheidsband een eenmalige tribute to Herman Brood. Met Arno v.d. Kuy (Sidekickbob), Menno Mekern (Mondo Bizarro) in de gelederen, aangevuld met wat voormalig leden van de Haagse band Silent Rain en achtergrondzangeressen Estrella en Sandra hadden we na drie keer oefenen genoeg materiaal voor een avondvullend programma. Vanwege het drukke tourschema van Sidekickbob en Mondo Bizarro bleef het bij één optreden van The StreetShpritszers in Pijnackers jongerencentrum De Trucker.
Het bloed kruipt echter...... Vorig jaar besloot ik weer een Brood tribute band samen te stellen. Op Herman’s verjaardag (5 november, hij zou die dag de respectabele leeftijd van 59 jaar bereiken), leek het mij leuk voor een herdenkingsavond, wederom in het Pijnackerse jeugdhonk. Aangezien Arno het nog steeds te druk had met zijn punkband en Estrella aan de andere kant van de wereld zat, had ik vrij snel een nieuwe bezetting. Uit mijn huidige punkcoverband Genital Warheads vroeg ik gitarist Roland Wetzels en drummer Thijs Krijnen (die ook in de Rotterdamse metalformatie Imp speelt). Als bassist viel de keuze op Gé Ras, waar ik in een grijs verleden mee gespeeld had in de Truckerband en Old Cocks on the Block. Natuurlijk vroeg ik de uitstekende gitarist Menno weer en achtergrondzangeres Sandra nam haar vriendin Nancy (die ook in Musicals zingt) mee. Om de Broodsound te krijgen, was de keuze gevallen op het Pijnackerse pianotalent Jim Impelmans. Als extra act vroeg ik Danielle v/d IJssel om de Nina Hagen nummers uit de Herman Brood film Cha Cha, aangezien zij eind 2004 een geweldige imitatie van Nina Hagen deed op de Popkwis in de Trucker. Na driemaal oefenen gaven wij een optreden waar de bezoekers nogal enthousiast over waren. Vanuit Maasluis kwam een Herman Brood imitator (Ronald van de band Yada Yada) die spontaan het podium opstapte en het een paar nummers overnam. Hij deed dit zo goed dat het net leek alsof Herman er zelf stond. Na deze avond smaakte het naar meer. Half december speelde wij op een zaterdagavond in de legendarische Amsterdamse Blueskroeg Maloe Melo. Die middag ging om kwart over vier de telefoon. Bassist Gé had er al honderd uur werk opzitten, was nog lang niet klaar, was aan het einde van zijn latijn en ging het optreden niet halen. Dat was een fikse tegenvaller. Maar Herman’s motto was: ‘Rock & Roll gaat altijd door’, dus besloot ik het gewoon door te laten gaan. Gelukkig bleek gitarist Roland bereid om die avond bas te spelen. Geen mens die het in de gaten had, we speelden behoorlijk goed en zelfs de niet-Brood fans waren enthousiast.
Een
paar weken later kreeg ik een gouden tip van voormalig Speakers programmeur
Lars Kelpin, dat er in het kader van de boekenweek een Herman Brood avond
in de Delftse bibliotheek (Dok) gehouden werd. Na één mailtje
was organisator Erik al overtuigd. Wij mochten komen spelen. Er waren plannen
Bart Chabot te strikken, maar die belde af vanwege de drukte in de boekenweek.
Herman’s manager Koos van Dijk zou wel komen en tevens kregen wij het
verzoek of Daniel Boussevain (hoofdrolspeler van de Herman Brood film ‘Wild
Romance’) een paar nummers met ons mee kon spelen. Uiteraard vonden
wij dit, ter meerdere eer en glorie, geen enkel probleem. Hij kwam zelfs op
de zondag voor het optreden naar Pijnacker om met ons mee te oefenen. Zijn
keuze viel op ‘Never Be Clever’, ‘Rock‘n’Roll
Junkie’ en ‘Saturday Night’. Die avond deden wij voor de
zekerheid nog even een try-out in Café Ome Ab, in het nabijgelegen
Berkel en Rodenrijs.
De week ervoor kreeg in een telefoontje dat er nog weinig kaartjes verkocht
waren, dus ik besloot een publiciteitsactie in Pijnacker te houden. Sjaak
Oudshoorn, journalist van de plaatselijke krant De Telstar, kwam langs en
ik deed samen met Daniëlle (onze Nina) een interview die de woensdag
voor het optreden pagina groot geplaatst. Herman zei zelf altijd: “gebruik
tweederde van je talent om in de krant te komen en eenderde aan de rock’n’roll
zelf”. Ook dat was mij weer gelukt.
Een week later (zaterdag 18 maart) waren wij al vroeg in de Delftse bibliotheek.
Er werd optimaal gebruik gemaakt van het pand, er werden films vertoond (‘Cha
Cha’, ‘Rock’n’Roll Junkie’ en nog unieke live
opnames van Herman Brood & his Wild Romance in De Eland in Delft uit 1984).
Het gedeelte waar normaal de CD verhuur was, werd getransformeerd tot bar,
de enige plek waar men mocht roken. Hier was een optreden van een camp zanger/gitarist
die de hele avond in z’n eentje nummers van Herman deed, begeleid door
een CD speler (hij speelde dus met de plaat mee). Ook kon iedereen zich hier
door de kinky kapper een Brood coiffure laten aanmeten. Ook was er een Brood
look-a-like wedstrijd, maar de hoofdmoot was natuurlijk het gebeuren op het
grote podium beneden.
De avond werd geopend door de band Raskolnikov. Deze band bestond uit wat
ex-leden van Spasmodique, die in de jaren 80 enige bekendheid genoot in het
alternatieve circuit. Zij brachten wat eigen interpretaties van Herman Brood
nummers uit de beginperiode (van de LP ‘Street’ uit 1977) en nog
wat songs van muzikanten die Herman altijd geïnspireerd hadden, zoals
Mose Allison.
Daarna begon Koos van Dijk een paar prachtige verhalen over Herman te vertellen,
op zo’n enthousiaste manier dat Bart Chabot het niet beter zou doen.
Hierna moesten wij direct spelen. Toen Koos zijn betoog het einde naderde,
zaten de drummer en de gitarist nog in de shaormatent. Gelukkig waren wij
bijna allemaal ‘On Stage’ toen Koos ons aankondigde: “Ik
zal de band aankondigen zoals Herman in 1979 tijdens de USA tour werd aangekondigt.
America gave the world Rock & Roll, now the world’s giving it back.
Holland’s Hottest Rock Act Hurman Broewd And His Wild Romance’.
Jim zette op de piano ‘My World Is Empty’ in en vanaf dat moment
kon de avond al niet meer stuk. Na ‘Blew My Cool’ en het aloude
‘Street’ riepen wij acteur Daniel Boussevain het podium op en
deed hij de drie hits die wij een week eerder met hem hadden geoefend. De
camera’s van TV West begonnen te draaien (toen Daniel klaar was, stopte
de camera abrupt). Later verklaarde Daniel in een telefoongesprek dat hij
teveel gedronken had om het goed te doen. “Dat is toch Rock’n’Roll”,
liet ik hem weten! Onze eigen Bombitas zongen voor de pauze nog het door Herman
voor zijn zangeressen geschreven ‘My Boy’ en even later was onze
Daanie Hagen aan de beurt voor ‘Knocking On Herman’s Door’.
We sloten af met ‘Ladykiller’ en Dope Sucks (met in het nummer
een intermezzo, Sandra vertolkte op overtuigende wijze het nummer ‘Speedo’,
slechts begeleid door piano en achtergrondzang van Nancy en mijzelf). Na de
pauze had het publiek duidelijk meer drank op en ging het bij tijd en wijle
behoorlijk los, vooral bij hits als: ‘Sleepin’ Bird’, ‘Hot
Shot’ en ‘Heatwave’ die onze dames zeker niet minder deden
dan de Bombitas. Pure punk was onze versie van ‘Herman ist high’
door Daanie. Tussen de bedrijven door werd de winnaar van de brood Look-A-Like
wedstrijd bekend gemaakt, dat werd natuurlijk de al eerder genoemde Maasluisse
Brood-imitator Ronald. Als beloning mocht hij ‘Checkin’ Out’
zingen. Afsluiter was ‘Love You Like I Love Myself’. In de onvermijdelijke
toegift speelde wij nogmaals ‘Saturday Night’, ditmaal gezongen
door de Zoetermeerse Broodverzamelaar Rob Hanemaayer. Toepasselijk waren de
uitsmijters ‘Will You Still Love Me tomorrow’ en Iggy Pop’s
‘Home’. Toen ik een week later in de bibliotheek nog wat vergeten
spullen ging ophalen, kreeg ik spontaan een applaus van de mannen achter de
balie. Daaruit bleek dat wij het een week eerder prima gedaan hadden.
Het smaakt naar meer, gelukkig staan er meer optredens gepland en kunnen wij
met deze bezetting ook in behoorlijk wat zalen terecht (onderhandelingen zijn
gaande).
Tot slot nog iets over de naam ‘Brood für die Welt’ (waar
sommigen nogal kritisch over zijn), dat is een titel van een zeldzame illegale
Herman Brood LP (een bootleg) van een concert in Berlijn, begin jaren ‘80.
Bezoek ook: www.broodfurdiewelt.nl
A
tribute
Deel 2 |
In 1984 ging ik met mijn familie op vakantie naar Corfu (Griekenland). Aangezien ik ‘s avonds op stap wilde en mijn familie niet van die kroegtijgers waren, moest ik vaak alleen. Op één avond kwam ik vrij beschonken (als je ergens alleen in de kroeg zit, drink je altijd meer en sneller) uit een bar, die eigenlijk niet echt leuk was. Ik wilde oversteken naar het appartement waar ik verbleef, maar ik hoorde in de verte iets wat mij als muziek in de oren klonk. Het was ‘Sympathy For The Devil’ van The Rolling Stones. Na de discoherrie die ik de hele avond in de bar hoorde, klonk dit eindelijk was dit een verademing. Ergens verscholen langs de weg was de ‘Petra Club’, een soort jongerencentrum voor de lokale jeugd. Ik was de enige toerist en men keek ook wat vreemd naar mij. Het was een leuk zaaltje waar ze goede muziek draaide, wat in die periode in was: Simple Minds, U2, Bruce Springsteen, Talking Heads, The Police enz. Ineens dacht ik dat ik droomde. Ik hoorde de begintonen van ‘Saturday Night’, van Herman Brood. De DJ bleek in het bezit van een Franse persing van de LP SHPRITSZ. Gekocht op één van zijn vele reizen. Sindsdien ging ik elke avond naar deze club, steeds weer andere nummers aanvragen van één van mijn favoriete LP’s.
In juli 1986 speelde Herman Brood & his Wild Romance in de Rotterdamse Kuip, tijdens het grote ‘Los Vast Kuipspektakel’. Natuurlijk wilde ik Herman graag in zo’n groot stadion zien, maar ik prefereerde thuis te blijven. ‘Dan kan ik tenminste het optreden opnemen’, was mijn gedachte. Het evenement zou zowel op de Radio als op TV uitgezonden worden. Vanaf 12 uur ‘s middags stonden zowel de cassette- als de videorecorder in opperste staat van paraatheid. De ganse middag werd mijn luistergeduld zwaar op de proef gesteld, artiesten als Mai Tai, Centerfold, René Shuman, Roberto Jacketti & The Scooters en uiteraard de onvermijdelijke Lee Towers passeerden de revue. Maar waar bleef Herman? Na vijven was de TV uitzending sowieso afgelopen, maar ‘s avonds na elven zou ook nog wat uitgezonden worden. De radio uitzending ging gelukkig nog even door. Eindelijk na bijna acht uur wachten, kondigde de altijd enthousiaste Jan Rietman om 19.58 uur mijn favoriete band aan. (De cassette recorder liep inmiddels). Wat volgde was het fantastische intro van ‘Saturday Night’. Dit was voor mij het sein om de volumeknop wat meer open te draaien. Nog voor het eerste refrein schalden mijn luidsprekers: “PIEP!, PIEP!, PIEP!, PIEP!, PIEP!, Radionieuwsdienst verzorgd door het ANP.” Na het onvermijdelijke weerbericht hoorde ik nog net de afkondiging van Jan Rietman. Brood’s bijdrage betrof slechts één nummer. Mijn hoop was nog niet opgegeven, we hadden altijd de TV uitzending nog. Daar schitterde Herman door afwezigheid. Een illusie armer ging ik op de bewuste zaterdagavond, ik had zwaar de pest in, naar mijn bed.
In 1988 was Herman Brood, na een aantal magere jaren, weer helemaal ‘Back In Business’. De CD ‘Yada Yada’ en de hit ‘Sleepin’ Bird’ zorgden voor een grote come-back, wat weer resulteerde in een uitverkochte tournee en een groot optreden op Pinkpop (waar ik ook aanwezig was). Op zaterdag 1 april van dat jaar speelde hij in Paradiso, dat ook al wekenlang uitverkocht was. Ik had helaas geen kaartje. Toch besloot ik naar Amsterdam af te reizen en vertrok met een Herman Brood fan uit Maassluis al vrij vroeg. We bezochten zoveel mogelijk platenzaken, om navraag te doen of ze nog kaartjes over hadden. Ook in de laatste platenzaak (Get Records in de Utrechtsestraat) had men geen kaartjes. We konden er dus niet in. Toen wandelden we richting Leidseplein en passeerden het Weteringplein. Op de hoek van het plein was een grote galerie waar wel erg veel mensen aanwezig waren. De schilderijen die in de etalage hingen, kwamen ons wel erg bekend voor. Eenmaal binnen bleek er zojuist een tentoonstelling met Herman Brood schilderijen te zijn geopend. De drank was gratis en al kijkend naar de schilderijen verorberden wij flinke hoeveelheden bier en toen dat op was, gingen wij over op de wijn. Ik knoopte een gesprek aan over voetbal met Bart Chabot en wij waren het al snel eens, want hij was ook voor FC Den Haag. We vroegen aan hem en aan Brood’s gitarist David Hollestelle of zij ons in Paradiso konden krijgen. Maar ook de gastenlijst stond overvol. Laatste kans was het aan Herman zelf te vragen: “Volgende keer beter jongens”, was zijn antwoord. Om onze teleurstelling (gratis) te verdrinken bleven we maar zo lang mogelijk in de galerie. Op het laatst waren wij nog alleen met de galeriehouder aanwezig en druk met hem in gesprek over kunst (waar wij echt geen verstand van hadden). Toen kwam er een oud vrouwtje aangelopen en begon de galeriehouder te bedanken voor de leuke middag. Uit haar handtas pakte zij een groot stuk samengeperste wiet, brak daar een stuk af en gaf dat aan de galeriehouder. “Willen jullie ook jongens?”, vroeg ze en gaf ons ook een flink stuk. Met onze handen dichtgeknepen gingen wij op zoek naar de dichtstbijzijnde kroeg en vroegen de kastelein om een plastic zakje. Even later wandelden wij met een zakje vol hasj (met een straatwaarde van enkele honderden guldens) richting Paradiso. Aangezien ik die troep nooit gebruik(te), besloot ik het te ruil aan te bieden voor een paar kaartjes. Veel bezoekers keken ons vreemd aan en liepen argwanend door. Een deal was echter snel gesloten en we konden alsnog het concert zien.
Begin Januari 1990. Ik kwam ‘s avonds laat thuis van een U2 concert die in het kader van de “When Love Comes To Town” tournee met BB King in Rotterdam Ahoy speelde. Toen ik net op bed lag ging de telefoon. Het was Eddie Helder, tourmanager van Herman Brood & his Wild Romance. Gitarist Danny Lademacher en bassist Rudi Engelbert hadden de band verlaten. De nieuwe bassist was Ivo Severeijns (ex-Powerplay) en of Herman Brood met zijn nieuwe bezetting een try-out in OJC de Trucker in Pijnacker kon doen. De hele nacht kon ik er niet van slapen. Ik kon mijn idool naar Pijnacker halen. Voor slechts tweeduizend gulden kwam de Wild Romance + Mystery Guest naar de Trucker. Op de bewuste zaterdag 3 februari 1990 waren alle 200 kaarten (á ƒ 10,-) uitverkocht. De hele dag was de spanning voelbaar, want het was nog maar de vraag of Herman wel op kwam dagen. De Wild Romance was al vroeg aanwezig. Herman kwam iets later, met de taxi. Hij stapte het café op de hoek binnen en vroeg waar de kleedkamer was. Hij zat echter in de verkeerde kroeg. Eenmaal in de Trucker wilde Herman niet eten: “Ik eet nooit voor de wedstrijd”, zei hij, om zich vervolgens op het tafelvoetbalspel in de bovenzaal te storten. Herman kreeg een fles Champagne en bood mij een ‘lekker’ drankje aan: “Dit is lekker, Champagne met Jus d’Orange”. Het was niet echt een geweldige combinatie. Tijdens het concert zorgde ik voor het bier van de band. Ik dronk daar zelf echter het meest van, aangezien de bandleden niet zo van die zuipers waren. Nadat Herman met de taxi weer naar Amsterdam was vertrokken, ging het feest in de Trucker nog een tijdje door. Achteraf was het niet zo’n geweldig concert (de band was nog niet zo goed op elkaar ingespeeld), maar was toch legendarisch om in eigen dorp mee te maken. In de euforie had ik iets teveel alcoholica gedronken, had de hele straat nodig om thuis te komen en had de andere ochtend een gigantische kater, maar ook een paar prachtige herinneringen.
Drie weken voordat Herman Brood zijn vijftigste verjaardag in Paradiso zou vieren, op 5 november 1996, hing ik ‘s ochtends al vroeg aan de (ticket)lijn, want de voorverkoop begon. Gelukkig kreeg ik kaartjes en vertrok drie weken later met een meisje per trein naar Paradiso. Misschien was het de spanning, maar we vergaten in ieder geval op Schiphol over te stappen, zodat we ineens op het station bij de ArenA arriveerden. Gelukkig konden we vandaar een rechtstreekse tram naar het Leidseplein nemen. De vertraging viel mee, we konden zelfs nog dineren in mijn favoriete restaurant ‘de Blauwe Hollander’. Bij de ingang van Paradiso was heel veel pers aanwezig, die in afwachting waren van de eregasten. Die waren er genoeg, want er was slechts plaats voor 250 fans. Eenmaal binnen liepen wij naar een speciale bar in de hal die uitsluitend Champagne verkocht. Dit drankje leek ons een uitstekend en toepasselijk begin van de avond. Al vrij snel stonden wij vooraan, vlakbij Herman’s piano. Toen het optreden begon, stond er vlak voor ons een jongen die toch wel zeer nadrukkelijk aanwezig was. Wat voor middelen die jongeman tot zich genomen had was onbekend, maar hij trachtte iedere keer het podium te beklimmen. aangezien ik Herman’s feestje niet door één of andere loser wilde laten verpesten, besloot ik al snel in de aanval te gaan. Schopte hem een paar keer hard tegen zijn kuiten, maar dat had geen enkel effect. Gelukkig hield het meisje mij een beetje in het gareel. Toen hij later met Herman’s lege fles begon te zwaaien, was voor mij de maat vol. Ik stapte op hem af en met enkele krachttermen uit het Haagse woordenboek, schreeuwde ik met mijn volle volume (iedereen die mij ooit heeft horen zingen, weet hoe hard dat is) is zijn oor. De boodschap kwam over. De vervelende jongeman verdween naar achteren. We konden eindelijk van het concert genieten. Zelden waren er op het Paradiso podium zoveel (vaderlandse) sterren te bewonderen. Behalve de songs met de Wild Romance, deed Herman nummers met Van Dik Hout, Hans en Candy Dulfer, Trijntje Oosterhuis, soapsterren Linda, Roos en Jessica, Gerard Joling en Hennie Vrienten. Mijn persoonlijke hoogtepunt op deze avond waren de twee nummers die Herman Brood deed met Nina Hagen, die speciaal voor de gelegenheid overgevlogen was uit Los Angeles. Na afloop konden we in de hal het boek ‘Broodje gezond’ (de biografie die Bart Chabot over Herman schreef) en de CD ‘Herman Brood 50-The Soundtrack’ aanschaffen. Toen ik ‘s nachts thuiskwam heb ik deze CD nog even gedraaid. Maar ik was, ondanks sommige unieke duetten (met Dick Dale en André Hazes) niet echt enthousiast over deze plaat. Door de gelikte productie van de enge gebroeders Bolland (die ik om één of andere reden niet mag) is het een hele matige CD geworden.
Dagenlang na Herman’s dood werd ik steeds geconfronteerd met ‘De Sprong’. Natuurlijk via de media en veel mensen die mij aanspraken. Van een ex-collega kreeg ik een kaartje met de tekst: “Herman Brood, 1946 - 2001. rock&roll.nl zal nooit meer zijn wat het was.” Op vrijdag 13 juli jl. ging ik naar Köln, waar U2 in het kader van de Elevation tour een optreden in de Kölnarena gaf. Na een aantal nummers zei Bono: “I like to dedicate next song to the Dutch painter Herman Brood , who took his life last wednesday. I also dedicate this song to his daughter Lola, who is about 16 years old now.” Met kippenvel en vochtige ogen stond ik naar de ballad ‘Kite’. “I know that this is not goodbye”, zong Bono. Het kwam recht uit zijn hart. De zanger van één van de meest populaire bands ter wereld was werkelijk aangeslagen door Herman’s dood. Herman had de leden van U2 namelijk leren kennen via de gemeenschappelijke vriend Anton Corbijn. In 1997 vierde Herman zijn verjaardag in sexclub ‘Yab Yum’. Fotograaf Anton Corbijn bracht de Ierse band mee naar deze party, (zij waren in Nederland voor de MTV-Awards, die zij de dag later in Ahoy ontvingen. Tijdens de uitreiking van deze Award, pakte Bono voor miljoenen tv kijkers de microfoon en i.p.v. iedereen te bedanken zong hij:
“In the port of Amsterdam there’s a painter, his name is Herman Brood, Happy Birthday to you.”
Bovenstaand artikel is een herziene versie die al in augustus 2001 in het cultmagazine Mulletin (welke uitgebracht werd door Erik Bevaart en ondergetekende) gepubliceerd is.
Old
Memories A tribute to Herman Brood (deel 1) |
Om één minuut voor 4 op woensdag 11 juli 2001 kwam de technisch directeur mijn afdeling binnenstormen met de mededeling: “Ik heb slecht nieuws voor je”. “Word ik ontslagen?”, vroeg ik vol verwachting? Maar nee, het was veel erger. “Je grote held is overleden”, antwoordde hij. “Is Herman dood?”, vroeg ik aarzelend. “Ja, het was net op de radio”, zei hij. Het eerste waar ik aan dacht toen ik even later op de fiets richting huis zat, was hetgeen Nina Hagen in 1979 in de film CHA CHA zong: “Herman Wo Bist Du? Herman ist High.” Die avond had ik het echt druk, steeds ging de telefoon en ik kwam video’s te kort om alles wat van Herman op TV kwam, op te nemen. De echte kater kwam pas de volgende morgen, toen ik alle kranten kocht. Wat voelde ik me ontzettend kut. Mijn allergrootste idool had op ‘gepaste’ wijze afscheid genomen. Wat overblijft zijn jarenlange Rock & Roll herinneringen, wat voor mij begon in 1978. In dit verhaal een aantal willekeurige onvergetelijke Herman Brood (& his Wild Romance) herinneringen.
In 1978 was ik alleen maar met voetbal bezig. Als jochie volgde ik mijn favoriete club FC DEN HAAG in alle thuis- en uitwedstrijden. Naar concerten gaan kwam niet in mij op. Op zaterdagavond 4 oktober 1978 speelde FC DEN HAAG in het Zuiderpark een KNVB-bekerwedstrijd tegen NEC. Het was nogal mistig, met als gevolg dat de wedstrijd na 38 minuten gestaakt werd. Ik besloot met de trein naar Zoetermeer te gaan. In de gymzaal van het Bad- en Sportcentrum speelde ene Herman Brood & his Wild Romance. Op school had men het daar steeds over en een aantal klasgenoten was daar aanwezig. De zaal bleek compleet uitverkocht. Op de stoep zat een vaag langharig dronken/stoned figuur die zijn kaartje voor vijf gulden aanbood. Ik kon naar binnen. Het voorprogramma Phoney & The Hardcore was net klaar. Een man met zwarte vetkuif, gekleed in keurig zwart pak met stropdas, liep het podium op en bespeelde in een moordend tempo de toetsen van zijn piano, begeleid door zijn band bestaande uit gitarist Danny Lademacher, bassist Freddie Cavalli en drummer Cees Meerman. Het nummer ‘Rock ‘n’ Roll Junkie’ was voor mij het absolute hoogtepunt, maar ook ‘Saturday Night’ (in die periode net in de top 40 binnengedrongen) maakte veel indruk. Dit optreden van Herman Brood & his Wild Romance zou een groot deel van mijn (uitgaans) leven gaan bepalen. Op de maandagmiddag daarna fietste ik direct vanuit school (in Zoetermeer) naar Delft om daar bij de al lang niet meer bestaande platenzaak ELPEE, het tweede album van Herman Brood & his Wild Romance, SHPRITSZ te kopen. Eenmaal thuis zette ik uiteraard mijn favoriete song ‘Rock ‘n’ Roll Junkie’ op. Sinds de bewuste ‘Saturday Night’ in 1978 zag ik Herman in totaal 123 keer met zijn Wild Romance. Niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland (o.a. Köln, Berlijn, Hamburg, Dortmund en Bochum) en in België (Gent, Antwerpen en Lanaken). Daar bleef het niet bij. Ook de nevenactiviteiten volgde ik op de voet: in 1985 zag ik Herman tijdens een reünie met Cuby + Blizzards in de Houtrusthallen in Den Haag. In 1986 was ik bij een concert van Nina Hagen in Rotterdam, in de voorloper van Nighttown wat notabene Arena heette. Wie zong een paar nummers met Nina mee..... Herman Brood, net getrouwd maar wel zijn optreden met Nina eindigen met een zeer innige tongzoen. In 1987 zag ik Herman in De Paap in Den Haag tijdens een sessie met Candy Dulfer en de Haagse band City & State (bestaande uit ex-leden van de Urban Heroes). In de jaren 90 was ik tweemaal aanwezig bij sessies met de Rotown huisband (in Rotown-Rotterdam en in De Guyter-Pijnacker), bij een ‘Marboro Flashbacks’-optreden van Herman met de Reggae band Kongo Banga in café Verderop in Delft (waar Herman nummers van Frank Sinatra in Reggae stijl speelde) en in Plaza Scheveningen waar hij met het Maassluise Rock & Roll trio Hot Rocks uitsluitend eind jaren ‘50 rock & roll speelde. Viermaal zag ik een optreden van Herman Brood met zijn Big Band, waar hij in 1999 furore mee maakte. Ook zag ik twee theatershows die hij in diezelfde periode gaf met Jules Deelder en Bart Chabot. De allerlaatste keer dat ik Herman op een podium zag, was precies een jaar voor zijn dood. Op een woensdagavond in de Statenhal in Den Haag. Tijdens de Legends of Rock & Roll avond met Jerry Lee Lewis, Chuck Berry en Little Richard, vroeg laatstgenoemde een aantal bezoekers op het podium, om tijdens een nummer te dansen. Tussen de 25 uitverkorene stond daar plotseling ook Herman Brood. Een gejuich steeg op. Ik had weer hoop om Herman weer eens live te zien, maar het mocht niet meer zo zijn.
| Op kerstavond 1982 speelde Herman in een heel klein zaaltje in Leidschendam, De Sater. Eén van de gasten die meeging had fotografie als hobby, dus hij was nogal fanatiek het optreden op de gevoelige plaat aan het leggen. Ik probeerde hem af te remmen: “Hou je nog wat over, dan gaan we naar afloop met Herman op de foto.” Manager Koos van Dijk bleek bereid ons mee naar achteren te nemen. “Wacht hier maar even op de gang”, zei hij. Even later stonden wij te poseren tegen de muur. Koos van Dijk stond aan de lens van het fototoestel te draaien. Herman kwam aanlopen en ging naast mij staan. Hij stroopte de mouw van zijn colbertje op en hield zijn onderarm (met daarop een nieuwe tatoeage) voor mijn buik. “Dat toestel doet ‘t niet”, riep Koos van Dijk. “Oh, het rolletje is vol”, riep de eigenaar van het toestel, die ik de rest van de avond in mijn grote teleurstelling wel tientallen keren klootzak noemde. | ![]() |
Een mens krijgt echter altijd een tweede kans. Zo ook met het “op de foto met Herman” gaan. Op dinsdag 5 december 1989 vertrok ondergetekende met een gezelschap uit Pijnacker per nachttrein naar Berlijn, om drie optredens van Herman Brood & his Wild Romance te zien. Dat was een paar weken na de val van ‘De Muur.’ We hadden al vernomen dat de optredens van Herman daar altijd zeer speciaal waren. Ieder jaar in december speelde Herman daar 5 avonden achtereen in jazzkelder Quasimodo, nabij de Kurfürstendam. Voor de elpee Frisz & Sympatisz (uit 1982) schreef Herman al een soort ode aan Berlijn, het Duitstalige ‘Berlin Schmerzst’. Het waren echt geweldige dagen in Berlijn. Overdag bezoekjes brengen aan o.a. de Brandenburger Tor, de Rijksdag, Checkpoint Charly en het Olympisch Stadion. We wandelden vaak uren langs ‘de muur’, waar veel mensen nog stukken aan het uithakken waren. Brood-fan Kees Tiemstra maakte van dat hakken zowat een dagtaak. Hele stukken steen nam hij ‘s avonds mee naar het hotel. Op één avond gaf hij een groot stuk steen aan Brood’s Belgische gitarist Danny Lademacher. Danny was daar zo ongelooflijk blij mee, dat hij als dank Kees Tiemstra vol op de mond zoende. Kees glunderde van oor tot oor. Ook gingen we naar Oost Berlijn, waar wij nogal lacherig deden over de vele trabantjes die daar rondscheurden. ‘s Avonds uiteraard naar Quasimodo waar de optredens inderdaad heel speciaal waren, we tot diep in de nacht aan de bar met de bandleden Danny Lademacher, David Hollestelle en Rudi Engelbert bier dronken en het heel gezellig was. Maar het meest speciale moment, voor mij misschien wel het absolute hoogtepunt, was op de tweede avond. Herman begon de toegift met ‘Berlin Schmerzst’. Daarna wees hij naar zijn piano en riep: “Das Klavier ist Frei.” Aangezien ik met mijn neus tegen het podium aanstond en mijn hand opstak, maakte Herman een gebaar van “Kom maar.” Even later greep hij mijn hand en probeerde mij het podium op te trekken. Dat ging niet zonder ‘slag of stoot’ want ik had toen ook al niet zo’n souplesse. Gelukkig duwde omstanders mij het podium op en moest ik piano gaan spelen. Herman deed het voor met zijn rechterhand, maar ik (die nog nooit een toets had aangeraakt) had de grootste moeite om het moordende tempo tijdens ‘Keep On Knockin’ bij te houden. Al na enkele seconden schoot de kramp in beide onderarmen. Na het nummer riep ik in Herman’s oor: “Jenny Jenny” (ook een nummer van Little Richard), maar Herman verstond het verkeerd en zette ‘Tutti Frutti’ in. Triomfantelijk klom ik het podium weer af. Gelukkig nam iemand een prachtige foto, die nu nog steeds uitvergroot aan mijn muur prijkt.
Zolang ik fan van Herman Brood ben, verzamel ik ook alles, vooral op muziekgebied. De kunst is voor mij minder interessant. Dat was voor Herman trouwens ook, maar zijn schilderscapriolen brachten wel het meeste geld op. Hij zei zelf ooit: “Als iemand aan mij zou vragen om te kiezen tussen een bezoek aan het Rijksmuseum of een concert van Iggy Pop, is dat voor mij helemaal geen keus.” Sinds eind jaren ‘70 kocht ik ook elke LP, Single, Maxi-single, video en later ook iedere CD en CD-single op de dag dat hij uitkwam. Ook ben ik in het trotse bezit van Duitse, Engelse, Spaanse, Griekse, Australische, Amerikaanse, Japanse en zelfs een Argentijnse persing van een Brood-plaat. Er was echter één singletje wat in mijn verzameling ontbrak. De single ‘Nooit meer naar die rotschool’ van Sjef van Oekel & Herman Brood. Dit stukje vinyl werd al vrij snel na de release uit de handel genomen, aangezien men vond dat het nummer slechte invloed op de schooljeugd zou hebben. Op een vrijdagavond (begin jaren ‘80) werd ik gebeld door een Pijnackerse DJ, die mij vertelde dat hij iets voor me had en of ik even naar de kroeg wilde komen. Nieuwsgierig ging ik in rap tempo richting het café. Daar aangekomen kon ik mijn ogen niet geloven. De DJ stond daar met het singeltje in zijn handen die ik al zolang zocht. Ik was zo blij als een klein kind. Tijd om bier te bestellen had ik niet, ik moest meteen weer naar huis, om het voor mij uiterst waardevolle stukje vinyl in veiligheid te brengen. De hele wandeling keek ik naar de hoes. Ik was zo onder de indruk dat ik zelfs een stoeprand over het hoofd zag en nog bijna op mijn bek ging.
Ook verzamel ik Live-concerten van Herman Brood. Zaal-, Radio, TV- en PA-opnames, ik heb ze allemaal. Meer dan 200 live opnames op cassette en meer dan 30 uur op video. Op een avond stond Erik Bevaart voor de deur: “Ik heb wat voor je. Je mag het lenen”. Het bleek een ouderwetse spoelband voor op een bandrecorder te zijn. “Het is een opname van Herman Brood met Vitesse in De Trucker in Pijnacker uit 1976.” Ik kon niet wachten om een afspraak te maken met een superfan uit Woerden die in zijn huis van zijn trapgat een soort Herman Brood museum had gemaakt. Heel belangrijk, hij was in het bezit van een bandrecorder en een mengpaneel. Een paar dagen later ging ik gewapend met de spoelband en een paar hele dure lege cassettebandjes met de trein naar Woerden. Ik bewaakte de tas met mijn leven. Eenmaal aangekomen en de boel ingesteld begonnen wij naar de band te luisteren. Het overtrof iedere verwachting. Perfecte opnames, totaal niet aangetast door de tand des tijds. Prille versies van nummers die later op de LP’s ‘Street’ en ‘Shpritsz’ zouden staan. Hij deed zelfs het Bob Dylan-nummer ‘Knocking On Heavens Door’, nog ver voordat het nummer door anderen gecoverd werd. Kortom deze tape is een juweel in mijn collectie.
Dezelfde Erik Bevaart is al jaren bewonderaar van de muziek van Leon Russell. Ongetwijfeld een goed muzikant, maar onder vrienden, kennissen en collega’s niet erg geliefd. Deze 60 jarige Leon Russell heeft namelijk een nogal opvallend uiterlijk: lange zilvergrijze haren, een nog langere ongure baard, vaak gekleed in opvallend gekleurde gewaden die hippies in de jaren 60 vaak droegen. Kortom geen Rock ‘n’ Roll dus! Te pas en vooral te onpas steekt de heer Bevaart zijn Russell verering niet onder stoelen of banken. Zelfs bij de door hem samengestelde popkwissen valt hij de deelnemers met Leon Russell lastig. Ikzelf laat dan ook geen gelegenheid voorbij gaan om deze Leon Russell af te zeiken. Bevaart viel mij dan ook regelmatig aan, als Herman Brood weer eens in één of ander onbenullig RTL-4 huisvrouwenprogramma verscheen om daar duetten te doen met, in mijn ogen, dubieuze artiesten als Gerard Joling, Willeke Alberti, André van Duin, Cor Bakker en aanverwanten. “Dat is Rock & Roll”, zei Erik Bevaart dan op plagerige toon. Kortom: er woedde een jarenlange strijd tussen Herman Brood en Leon Russell, zonder dat deze totaal niet met elkaar te vergelijken personen daar iets aan konden doen. Zo lag er een jaar of negen geleden een briefje op mijn deurmat, waarop stond: “Tien redenen waarom Leon Russell beter is dan Herman Brood.” Uiteraard afzender E. Bevaart. Met een fanatieke blik in de ogen klom ik in de pen: “Tien redenen waarom Herman Brood beter is dan Leon Russell.” De exacte inhoud van de teksten weet ik niet meer, maar het werd wel een wekenlange briefwisseling, waar geen eind aan leek te komen. De grootst mogelijke onzinbriefjes verhuisden van mijn huis naar de zijne en vice versa. Later besloten wij van deze veelal humoristische vergelijkingen een soort bloemlezing te maken, genaamd: Herman Brood versus Leon Russell. Dit werd dan weer onder vrienden en kennissen verspreid, die hier weer erg veel lol om hadden.
Volgende week deel 2
| Popkwis |
| Rond 1988 attendeerde Erik Bevaart, schrijver van het onvolprezen boek ’50 jaar pophistorie, blunders, jatwerk & frustratie’, mij op het fenomeen popkwis. Vanuit het Pijnackerse jongerencentrum De Trucker gingen wij met twee teams van vier personen naar Schagen, waar in een grote sporthal een nogal rommelige popkwis gehouden werd, met als tragisch dieptepunt een soort Joe Cocker-achtige playback act. Wat opviel was dat het allemaal erg moeilijk was, niet zo gek dat wij vierde van onder eindigden. Een jaar later deden wij met meer teams mee, we gingen zelfs met een touringcar en werden om twee uur ‘s-middags afgezet op een plein met allemaal kroegen, terwijl de kwis pas om acht uur ‘s-avonds begon. De kwis was ditmaal in het restaurantgedeelte van een partycentrum, maar door het vroege kroegbezoek kan ik mij inhoudelijk niets meer van de kwis herinneren. | Het Baken zaterdag 3 november 1990 |
In die tijd ontstond het idee om zelf ook eens zo’n grote landelijke popkwis te organiseren. Samen met popkwistopper Peter Suyker (ooit winnaar van de Veronica popkwis op TV), zijn broer Leo (tegenwoordig wethouder in Pijnacker), Arwin Touw (tegenwoordig organisator van grote evenementen), Erik Bevaart en ondergetekende gingen wij aan de slag en op zaterdag 28 oktober 1989 was er in een Pijnackerse sporthal een popkwis waar maarliefst 55 duo’s aan deelnamen. Onder de deelnemers bevonden zich Kees Baars (Veronica), Swie Tio (destijds OOR) en Martijn Krabbé. Behalve een landelijk klassement, was er ook een aparte uitslag voor de plaatselijke corifeeën, die behalve uit een aantal notoire kroeggangers, ook uit een aantal personen bestond die wel degelijk kennis van zaken hadden. Één der winnaars was een dag later op de KRO radio en prees de organisatie van dit evenement.
Een jaar later werd dit huzarenstukje herhaald en kwamen er ditmaal maarliefst 70 teams opdagen, waaronder wat sterke teams uit België. De regionale media schreven dat de Popkwis van jongerencentrum De Trucker was uitgegroeid tot het grootste popkwisevenement van Nederland.
Van links naar rechts Peter Suyker, Leo Suyker, Erik Bevaart, Arwin Touw en Marcel Mulhuyzen. |
Helaas kreeg de kwis in deze grootte geen vervolg, maar werd het een jaar later wat kleinschaliger in jongerencentrum De Trucker gehouden. Ditmaal verspreid over twee avonden: een landelijke en een lokale kwis. Daarna trokken de gebroeders Suyker zich terug en was er jaarlijks (in de kerstweek) een popkwis in het Pijnackerse jongerencentrum De Trucker, waar behalve de bekende notoire kroeggangers en een aantal personen met kennis van zaken ook ondergetekende jaarlijks meedeed. Motivator en initiatiefnemer was sindsdien Erik Bevaart. Een aantal jaren terug stopte Erik met de organisatie/presentatie en werd er zonder zijn hulp een ronduit belabberde kwis gemaakt. Het jaar daarop besloot ik met een aantal personen de kwis nieuw leven in te blazen. Er werden rondes bedacht waarin een gezonde dosis humor in zat met veel bekende fragmenten. Een bandje deed (net als in een Amerikaanse talkshow) tussen de rondes door een muzikaal intermezzo en speelde een ronde live intro’s, maar de meeste aandacht ging uit naar de zelfgemaakte videoclips. Vele zaterdagmiddagen besteedden wij aan kolderieke clips die professioneel in elkaar gemonteerd werden door Erik Hendriks. Zo maakten wij o.a. een eigentijdse versie van de videoclip van Frankie Goes To Hollywood (‘Two Tribes’), waarin Bush het in de boksring opnam tegen Osama Bin Laden. Een jaar later maakte wij een remake van de Golden Earring clip ‘When The Lady Smiles’. De tram was in dit geval een bus en de aangerande non bleek een man. Kortom bij deze Pijnackerse popkwis was, ondanks de kleinschaligheid waaraan jaarlijks slechts 34 teams kunnen deelnemen, toch wel sprake van multimedia spektakel, een avond entertainment. |
In de editie van 2004 moesten wij het (wegens tijdgebrek van de regisseur) stellen zonder zelfgemaakte videoclips. De Trucker toneelgroep werd ingezet en een aantal acteurs en een actrice deden persiflages op artiesten als Michael Jackson, Frank Sinatra, Nina Hagen en André Hazes. De popkwis van 2005 was al weken vantevoren uitverkocht. Ondanks dat de kwis ditmaal weinig opsmuk had (geen bandje, geen videoclips, geen toneel), werd het toch weer een hele leuke avond. De presentator gaf tijdens de kwis de meest belachelijk kado’s weg, zoals een Rap beginnerspakket bestaande uit een nepgouden ketting en een cd van Eminem, voor het team met de minste punten in de Rap ronde en een pak Sauerkraut voor het team die het beste presteerde in de ‘Deutschland Über Alles’ ronde. Apart in deze kwis was de zogenaamde VIP ronde, waarin een aantal bekende Nederlanders zoals dj Giel Beelen, Krezip-zangeres Jacqueline Goovaart, pornokoningin Kim Holland, mister Free Record Shop Hans Breukhoven, Pinkpopbaas Jan Smeets, Cabaretier Dolf Jansen en de zangers Johannes de Boom (Shavers), Marco Roelofs (Heideroosjes) en Boris (Idols) hun favoriete hits van 2005 hadden ingestuurd. Maar de meeste aandacht ging naar de Rita Verdonk ronde, zogenaamd de favoriete top vijftien van deze veelbesproken minister. Bij het eerste fragment begonnen de mensen al te lachen: The Beatles – ‘Get Back’, gevolg door ‘Vluchten kan niet meer’ (Jenny Arean en Frans Halsema) en nummers als ‘Airport’ (The Motors), ‘Go Now’ (Moody Blues), ‘Going Back To My Roots’ (Odyssey), ‘Refugee’ (Tom Petty), maar ook haar zogenaamde lijfliederen als ‘I Lie And I Cheat’ (Won Ton Ton), ‘Cold As Ice’ (Foreigner) en ‘Mijn Houten Hart’ (de Poema’s). Weer was het een leuke avond en zag ik bij de Trucker kwis dingen die ik bij andere popkwissen in het land mis: gezelligheid van de mensen die met de armen omhoog de liedjes meezingen.
Vanaf 1993 wordt er in een Pijnackers café (Havana) een maandelijkse kwis gehouden. Tot op heden is deze traditie in stand gehouden, ondanks diverse overnames en een naamsverandering (de kroeg heet nu Abbey Road). Unieke aan deze kwis, waar ik al sinds het begin aan meedoe, is dat de duo’s zelf eenmaal per jaar een kwis maken. Er zijn twee kwissen per avond. Er worden standen bijgehouden, dus is er sprake van een competitie.
In den lande heb ik de laatste decennia ook nog weleens aan een aantal kwissen in o.a. Amsterdam en Zaandam deelgenomen. De laatste keer dat ik in Zaandam aan een grote popkwis deel zou nemen, ging het falikant mis. Ik dacht dat het om 16.00 uur begon, dus had ik met mijn teamgenoten, mede bestaande uit een aantal barmannen uit de Delftse horeca die speciaal vrij hadden genomen, twee uur vantervoren afgesproken. Om kwart over drie reden wij Zaandam binnen. Ik keek nog even op de aan mij toegestuurde bevestiging waar het precies was. Ik begon ineens zwaar te transpireren, de spanning steeg ten top, ik kreeg ineens enorm last van schaamtegevoel. Wat las ik op het formulier, wat notabene de hele week open en bloot op tafel had gelegen; AANVANG 13.00 uur. Toen wij teleurgesteld de zaal binnenstapte waren ze net aan de laatste ronde begonnen. We besloten ons wijselijk maar niet meer te melden. Wat heb ik dit nog lang moeten horen.
Na al die jaren is het popkwissen toch wel een essentieel onderdeel van mijn grote hobby muziek geworden. Niet alleen het maken van kwissen (ideeën opdoen, samenstellen en al het andere wat erbij komt kijken), maar ook het deelnemen van kwissen, blijft een enerverende bezigheid. Overal waar muziek gedraaid wordt (kroeg, radio, concertzalen) ben ik in gedachte aan het popkwissen, wil ik weten wat er gedraaid wordt. Zo probeer ik mij een beetje te trainen voor popkwissen, of test ik mijn omstanders op hun kennis.
Na weer een tijdrovende organisatie van een kwis of na een teleurstellende uitslag bij een kwis waar ik aan deelneem denk ik weleens aan stoppen, maar die gedachte blijft gelukkig nooit hangen, want het blijft allemaal zo leuk!
P.S.
Erik Bevaart en ik zijn te boeken voor een popkwis op maat, de zgn. Komische
Noten Kwis: ebevaart@freeler.nl
| God Save The Queen |
In
2006 is het alweer 30 jaar geleden dat er een nieuwe stroming in de muziek
ontstond: PUNK. Hieronder een kort verslag hoe ik met punk in aanraking kwam.
Als tiener werkte ik in de vakantie op de kermis bij mijn oom die op dat moment
met zijn attractie in Gorinchem stond. Toen ik even vrij was, toog ik naar
de platenzaak en in de etalage zag ik het singletje ‘God Save The Queen’
van de Sex Pistols. Ik raakte geobsedeerd door de hoes en besloot tot aanschaf
van het vinyl. Lopende over de kermis had ik alleen oog voor de hoes: donkerblauw,
afbeelding van de Engelse koningin en de teksten Sex Pistols en ‘God
Save The Queen’ over haar ogen en mond. Ik werd geroepen door een jongen
die in de draaimolen werkte: “Hé, heb je een singletje gekocht?
Zal ik ‘m even opzetten”. Even later kreeg ik mijn eerste kennismaking
met punk, ‘God Save The Queen’ schalde keihard uit de boxen. Kinderen
in de draaimolen keken verschrikt om zich heen en vluchtten massaal uit de
draaimolen. De plaat stond nog geen 30 seconden op of de eigenaar kwam aanrennen
en riep: “Zet af die teringherrie”. Hij pakte het singletje en
gooide het weg. Met een snoekduik wist ik het nog op te vangen voordat het
de grond raakte en schoof het weer in het hoesje.
Even later was ik op weg naar de woonwagen waar ik logeerde. Eenmaal aangekomen
vroeg ik aan mijn tante waar de pick-up stond. In het achterste kamertje deed
ik even later weer een poging om het nummer volledig te luisteren. Ik besloot
het volume flink op te schroeven. Mijn tante, een heel aardig mens die nooit
kwaad werd en zeker niet op mij, kwam het kamertje instormen en riep kwaad:
“Ben jij wel helemaal wijs om die teringherrie op te zetten.”
De reacties vond ik prachtig. Dat een stukje muziek zo’n agressie bij
mensen op kon wekken, vond ik als puber geweldig. Lekker met muziek ergens
tegenaan schoppen. Sindsdien was ik fan van de Sex Pistols en in een latere
fase van al die andere punkbands die bekend werden, zoals The Clash, The Damned
en veel later Ramones. Vandaag de dag ben ik nog steeds een groot liefhebber
van punk; ik schrijf voor een punkblad (Upmagazine), ga vaak naar punkconcerten
en ik zit in een 70’s punk coverband (Genital Warheads). Dat allemaal
mede dankzij de man van de draaimolen en mijn tante van de kermis. Ik ben
hun eeuwig dankbaar.