"1965-1974. Dit is de tijd dat de pop midden in zijn pubertijd zat..."

03-05-06

Introductie Dicky Gilbers door Erik Bevaart:

Dicky Gilbers (geb. 1956) is werkzaam als Universitair Hoofddocent Fonologie/Fonetiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en daarnaast geeft Dicky sinds 2003 Geschiedenis en Reflectie Popmuziek aan de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden. Als muzikant was Gilbers al tijdens het Groninger Springtij eind jaren 70 actief in allerlei bandjes. Omdat het grote succes echter uitbleef, koos hij voor een academische carrière als vangnet en naar eigen zeggen: “daar ben ik in verstrikt geraakt, maar ben altijd blijven componeren”. Dicky Gilbers probeert minimaal één avond per week actief muziek te blijven maken: “Muziek maken is nog altijd net iets leuker dan muziek beluisteren”. In het verleden werkte Gilbers met o.a. Ellen ten Damme. Wie hem wil horen als pianist/zanger wordt aangeraden de volgende link te openen van de band Yeah Right: http://www.let.rug.nl/~gilbers/songs/yeahright.htm Wat betreft de vragenlijst van Gast van de Week heeft Gilbers ook een paar tips: ik vond het erg leuk de vragen te beantwoorden. Voor lijstjesfreaks als ik zijn dit soort vragenlijsten geweldig. Ik mis nog wel een aantal mogelijke vragen, die jou zouden moeten interesseren. Wat vind je de beste biografie over een popartiest? Wat vind je het beste naslagwerk? Erg interessant is zeker de bijdrage die Gilbers levert aan vraag 14, waarvan hij hoopt dat zijn (uitgebreide) antwoord op die vraag tot discussie kan leiden onder popliefhebbers. Voor de overige antwoorden heeft Gilbers een begrijpelijke insteek: “Ken je het prachtige boek High Fidelity van Nick Hornby? Het gaat over een jongen, Rob, die een tweedehandsplatenzaak runt en alleen maar in lijstjes kan denken. Als hem echter voor een tijdschrift gevraagd wordt wat zijn favoriete vijf platen zijn, raakt hij helemaal in paniek. Nog dagen daarna neemt hij steeds weer contact op met de vragenstelster om zijn lijst aan te passen. De uiteindelijke keuze kent geen enkele overeenkomst meer met de lijst die hij eerst had ingeleverd. Ik voel me op dit moment zeer verwant aan deze Rob. Zie mijn antwoorden daarom maar als een momentopname van mijn smaak”.

1-Wat verzamel(de) je op gebied van muziek?
Eigenlijk van alles, maar ik heb een voorkeur voor Blues Rock en Sixties Pop. Ik ben geboren in Zwolle in het jaar van Heartbreak Hotel (1956). Mijn bestaan begint dus ongeveer gelijk met de geboorte van de popmuziek. Al heel jong ben ik compleet verslaafd geraakt aan de pop. Mijn oma had een bar in Hengelo met een prachtige AMI Jukebox. Steeds als er nieuwe singletjes in werden gestopt, mocht ik de oude meenemen. Het allereerste stapeltje bevatte juweeltjes als “Crying in the rain” van de Everly Brothers en “Baby Face” van Little Richard, die ik nog grijzer dan ze al waren draaide op mijn pick-up. De platenverzameling is alleen maar groter geworden en nog steeds kun je me vinden in tweedehandsplatenzaken en op platenbeurzen.

2-Wie zijn je favoriete artiesten?
Ik hou vooral van zangers die de blues in hun strot hebben: Steve Marriott (Small Faces, Humble Pie), Paul Rodgers (Free), Mike Harrison (Spooky Tooth), Steve Winwood (Spencer Davis Group, Traffic). Verder Aretha Franklin, Ann Peebles, Otis Redding, Ray Charles en -misschien wat minder bekend- Eric Bibb. Luister eens naar zijn versie van “I heard the angels singing” van Rev Gary Davis. Ook in deze eeuw wordt nog prachtige muziek gemaakt.

3-Wat kan je zeggen over het meest memorabele concert dat je hebt bijgewoond?
Er zijn ontelbaar mooie momenten in concerten geweest. “Willow” van Joan Armatrading, “Here comes the flood” van Peter Gabriel, “Candy’s room” van Bruce Springsteen. Ik ben de afgelopen week (24-4-2006) naar Ray Davies geweest en nog steeds onder de indruk. Hoe is het mogelijk dat iemand met zo weinig en ook nog zulke simpele akkoorden zo veel prachtige songs heeft kunnen schrijven. Wat een luxe ook om je concert met twee B-kantjes te kunnen beginnen en daar de hele zaal mee aan het meezingen te krijgen: he’s not like everybody else! Volgende maand ga ik naar Dan Penn en Spooner Oldham en verheug me nu al op “Out of left field” en “Dark end of the street”.

Het meest memorabele concert is echter dat van Steve Marriott met Jim Leverton en Fallon Williams III als Packet of Three in Assen op 25 september 1984, omdat ik toen mijn jeugdidool ontmoette. De stem had niet meer de souplesse van 10 jaar daarvoor, maar hij gaf zich nog volledig aan de kleine veertig bezoekers. Zijn gitaarspel was enorm verbeterd en hij schitterde in bluesnummers als “Five long years”. Hier stond iemand die zijn muziek, een mengeling van rock en soul, volledig trouw was gebleven. Zie ook onder 13.

4-Wat is je favoriete album aller tijden?
Net als bij iedereen wisselt dat steeds: de eerste van Tim Hardin, de tweede van The Band, de derde van Humble Pie. Ik heb een lijstje op http://odur.let.rug.nl/~gilbers/pag.htm staan. Nummer 37 is me net zo dierbaar als nummer 2. Uiteindelijk kies ik voor Highway van The Free, omdat ik die plaat altijd op kan zetten. Het intro van “The Stealer” is ongeëvenaard. Verder staan er schitterende, melancholische nummers op als “Love you so”, “Bodie” en “Soon I will be gone”. Andy Fraser op zijn piekmoment als componist. Heerlijke, lege productie, simpele schema’s, spaarzaam gebruik van piano en mellotron en dan die stem!

5-Wat is je favoriete song aller tijden? (hoeft niet van dezelfde artiest te zijn)

“Tin soldier” van The Small Faces. Ik kocht het singletje in de kerstvakantie in 1967. Twee minuten en 76 seconden duurt het plaatje volgens het label. Geniaal als je nagaat dat sommige DJ’s verboden werd om singles van langer dan drie minuten te draaien. Het intro begint heel spannend en dreigend met een Wurlitzerpiano (E---G---D6-D-Asus4-A-E---) en wordt heel krachtig uitgebouwd tot er een terugval in volume komt en Marriott met zijn beste vocaalprestatie ooit komt. Van het kietelend gezongen “I am a little tin soldier that wants to jump into your fire” tot de uitbarsting samen met P.P.Arnold in “ I’ve got to know that I belong to you”. Fantastisch! Toen ik voor het eerst de break (E – G- G- A – G- G- E…) hoorde, liepen de rillingen me over de rug. Ik kan me het gevoel als 11-jarig jongetje zo weer voor de geest halen. De climax aan het eind van het nummer kon ik alleen met ingehouden adem beluisteren tot de ontlading “Because I love you” en dan de drums die klinken alsof je een koelkast van de trap afgooit. Zo opwindend had ik popmuziek nog nooit gehoord. De standaard voor hard rock was gezet door vier ukkies van 19 of 20, niemand langer dan 1.70. Uiteraard is het tegenwoordig allemaal alweer veel ruiger met bands zoals bijvoorbeeld Cannibal Corpse, maar een mooiere eenheid van soul, pop en rock heb ik nooit meer gehoord. Het jaar erop kwamen ze met de elpee “Ogdens nut gone flake” in de beroemde ronde hoes. Ik vond alles leuk aan die band, het ultieme popgroepje, ongelooflijk creatief, rebels en grappig. Ze namen niets serieus. (Interviewer: How did you get that flanging sound in “Itchycoo Park”? Marriott: “I pissed on the tape”).

6-Wat is je laatst aangeschafte lp / cd / dvd ?
“Chariot Rising” van Dantalian’s Chariot, een groep uit de jaren 60 die ik compleet gemist heb. Ik hoorde op een Nuggets CD hun single “ Madman running through the fields”. Mooi psychedelisch nummer met reversed tapes. Het is een band rond Zoot Money. De muziek lijkt een mengeling van de oude Syd Barrett Pink Floyd en The Dukes of Stratosphear (het psychedelische uitstapje van XTC).


7-Welk hoofdstuk uit ‘50 JAAR POPHISTORIE, blunders, jatwerk & frustratie’ sprak het meest aan of verraste je zelfs?
Ik ben die jongen op feestjes die zegt “Vind je “Child in time” van Deep Purple zo’n mooi nummer? Luister dan maar eens naar “Bombay Calling” van It’s A Beautiful Day en wist je dat Led Zeppelin voor “Stairway to heaven” het intro heeft gejat van “Taurus” van Spirit? Die band speelde in hun voorprogramma”. Kortom Jatwerk of Herontdekt is mijn favoriete hoofdstuk, maar ook Kapitale Blunders is erg leuk. Ik heb nog een mooi journalistiek foutje voor je uit het boek 25 jaar Popmuziek, Lekturama (red. Karel Hubert) 65-66, p. 74-75. Daar staat een hoofdstuk over The Scorpions, die in 1965 een hit scoorden met “Hello Josephine”. De schrijver vermeldt dat de band na dit succesvolle debuut zich ontwikkelde tot een rockgroep: “De belangrijkste man van The Scorpions is de gitarist Rudolf Schenker”. Hij had niet door dat het hier om twee totaal verschillende groepen gaat. Gelukkig is het hoofdstuk nog wel voorzien van twee prachtige foto’s. Helaas zijn dit foto’s van The Easybeats.

8-Is er in het boek een passage die je als ‘herkenningspunt’ ziet, bijv. foto van een concert waar je bij aanwezig was, song die jezelf ‘grijs gedraaid’ hebt, muzikant die je ontmoet hebt…..

Nee, ik ben bij geen van deze concerten aanwezig geweest.

9a-Van welke overleden artiesten had je graag een concert bijgewoond?

Ronnie Lane’s Slim Chance, James Griffin, John Lennon, Tim Hardin, Eric Gale, Richard Tee, Paul Kossoff (kijk en luister eens naar de live-opname van Free met “Mr. Big” op het Isle of Wight festival; elke noot doet hem zeer. Wat kon die jongen een gevoel in een paar noten leggen).

9b-Stel je favoriete dodenorkest samen.
Al Jackson op drums; Paul Kossoff op gitaar; (King) Curtis Ousley op sax; Richard Tee op keyboards, Steve Marriott zingt en misschien niet de beste bassist maar Ronnie Lane doet uiteraard ook mee.

10-Welk van de afgelopen 5 decennia spreekt je muzikaal het meest aan?
1965-1974. Dit is de tijd dat de pop midden in zijn pubertijd zat. Men was steeds op zoek naar vernieuwing. Er kwamen jazz invloeden in de pop, klassieke invloeden, oosterse invloeden, de bronnen van de pop werden verkend via het werk van John en Alan Lomax. Het heeft een boel rotzooi opgeleverd, maar ook prachtige songs in een muzikaal gezien spannende tijd van zoeken en proberen.



'Steve Marriott speelde op 25 september 1984 voor een man of veertig in Axis in Assen...'

 



'luister dan eens naar “Road runner” in de uitvoering van The Phantoms uit Eindhoven...'

11-Welke muzikanten zijn het meest onderschat of ondergewaardeerd?
James Griffin was een geweldige zanger en schreef het prachtige “She knows”, o.a. gecoverd door Richard Manuel van The Band. Zijn elpees zijn ook na zijn dood in 2005 niet of nauwelijks via de gangbare kanalen op CD te krijgen. Hij wordt vooral herinnerd als de jongen die tweede stem zong op de door David Gates geschreven mierzoete hits van Bread.

Andy Pratt maakt vaak religieuze muziek die ik niet altijd goed te verteren vind, maar hij heeft ook een aantal geweldige songs op zijn naam staan: “Karen’s song”, “So fine”, “Avenging Annie”, “Israel”.

Badfinger stond bekend als Beatle-epigoontjes. Voor mij combineerden ze het Beatle-geluid met echt gevoel. Luister nog maar eens naar: “Lonely you”, “We’re for the dark”, “Just a chance”.

Kaz Lux had internationaal door moeten breken. Niet alleen vanwege “Down Man” (wat een mooi intro!), “ Doomsday Train” (wat een mooi intro!) en “Between Alpha and Omega”, maar ook vanwege “Graveyard”, ”Maybelle” en vooral “Miss Franklin Blues” (wat een mooi intro!). Volgens mij heb ik ooit ergens gelezen dat John Fogerty ook erg onder de indruk was van Brainbox.

Ik heb nooit begrepen waarom Stuff met o.a. Steve Gadd, Richard Tee en Eric Gale (luister eens naar “Foots”, geweldige groove) niet net zo’n status heeft gekregen als Booker T. & The M.G.’s. De band kreeg pas bekendheid als begeleidingsband van Paul Simon (“One Trick Pony”) en Joe Cocker (“Stingray”).

Zo kan ik nog wel even doorgaan: Artwoods, Stan Webb en Chicken Shack, Brendan Croker, Spooky Tooth, XTC, Squeeze. Misschien zijn ze wel redelijk bekend, maar ze verdienden meer succes.

12-Welk nummer zou je graag gecoverd zien door je favoriete zanger (es)?
James Griffin’s “She knows” (van de elpee “ Breaking Up Is Easy”) door Paul Rodgers, maar dan heel ingetogen zoals hij “Oh I wept” zong.

foto's 1 & 2 (links): Tim Hardin

13-Wie is de meest beroemde of indrukwekkende muzikant, die je ontmoet hebt of het podium mee gedeeld hebt?
Steve Marriott speelde op 25 september 1984 voor een man of veertig in Axis in Assen. Ik ging er ruim van te voren heen om elpees te laten signeren. Een groot aantal van the bootlegs kende hij niet. Ik was erg onder de indruk van mijn idool en kon aanvankelijk niet veel meer uitbrengen dan “I like your music”, waarop hij antwoordde “I like your taste”.

14-Wat vind je een typerende opmerking van jezelf over (een bepaald onderdeel van) de muziekentertainment en wil je als statement zeggen, m.a.w. wat getuigt van jouw visie t.a.v. de muziek(industrie)?
De geschiedenis van de popmuziek voltrekt zich in golfbewegingen. Het begint in 1956 simpel: eenvoudige schema’s, opwindende muziek voor een rebels publiek van jongeren. De emanciperende jeugd wilde in de jaren 50 haar eigen cultuur met eigen muziek en kleding om zich tegen de vorige generatie af te zetten. Zodra de muziekindustrie ziet dat de nieuwe muziek verkoopbaar is, nemen ze het over. De aanvankelijk opwindende muziek wordt van zijn rauwe randjes ontdaan en de muziek wordt panklaar gemaakt voor een zo groot mogelijk publiek. Dan geen opwindend “Long Tall Sally” meer van Little Richard, maar het lullige “I’m gonna knock on your door” van Eddie Hodges. Zo had bijvoorbeeld begin jaren 60 Don Kirshner in zijn Brill Building alle touwtjes in handen: componisten en producers in vaste dienst, vaste muzikanten en songs van de lopende band waar artiesten bij werden gezocht. Verantwoorde producties, maar vaak voorspelbaar en zelden opwindend.
Echte vernieuwing komt in de pop pas als de muziekindustrie wakker wordt geschud door jonge, creatieve geesten die met simpele, rebelse, rammelende muziek zich afzetten tegen diezelfde muziekindustrie. De muziek is vaak te simpel om het langer mee vol te houden dan een jaar of twee, maar zorgt wel voor een breuk met artiesten die de muziekindustrie ons in de tijd daarvoor door de strot heeft gedrukt. De Rock ‘n’ Roll verloste ons van Doris Day; de Merseybeat van Fabian, de punk verloste ons van bands als Camel en de hip hop van bands als Duran Duran.

Momenteel zitten we weer in een Brill Building-achtige periode. Zelfs de hip hop wordt ingekapseld en je krijgt al liedjes van rappers met een couplet-refreinstructuur. Hoofdprijs bij tv-spelletjes is een nummer 1-hit en een half jaar roem. Het wachten is op een nieuwe poprevolutie (via het internet?). De macht van de muziekindustrie wordt kleiner en bands kunnen vrij gemakkelijk via internet hun muziek aanbieden. Het probleem zit hem vaak in de naamsbekendheid. De popbladen zouden hier een grote rol in kunnen spelen: meer aandacht voor frisse muziek van jonge bandjes, die technisch gezien misschien nog niet zo volmaakt zijn, maar nog wel levenslust en rebellie uitstralen. Anders wordt het hele muziekwereldje een ingeslapen zooitje. Popbladen zouden websites van heel veel bandjes kunnen vermelden op genre. Voor de lezer is dat interessant. Als ik Eric Bibb en Taj Mahal erg goed vind en Keb Mo in hetzelfde rijtje zie staan, ga ik waarschijnlijk ook naar zijn muziek luisteren. Als een voor mij onbekend bandje aangeeft dat ze geïnspireerd zijn door “Give me back my dog” van Slobberbone, dan ga ik zeker even naar ze luisteren.

Bandjes moeten natuurlijk vooral goed worden door veel te spelen. Eind jaren 70 mochten in Groningen kroegen alleen ’s nachts open zijn als ze live muziek hadden. Een geweldig initiatief dat leidde tot een explosie van bandjes in Groningen. De mogelijkheden zijn nu veel geringer. Geef subsidie aan die kroegen die live-muziek willen brengen. De subsidie zou dan moeten worden geïnvesteerd in vaste PA’s. Dat scheelt een hoop huurkosten voor de bandjes en je hebt altijd een redelijk goed geluid.
Van de radio en de tv verwacht ik niet veel. Sinds de (terechte) val van de (corrupte) piratenzenders Veronica en Noordzee in 1974 is er nog nauwelijks progressieve rock gepusht. Hilversum 3 draaide overdag alleen oubollige pop voor een zo groot mogelijk publiek: Luv, Mouth & McNeal & BZN i.p.v. Brainbox, Focus en Machine. Bands als BZN, Dizzy Man’s Band en George Baker Selection veranderden in die jaren zelfs van soort repertoire om niet hetzelfde lot te ondergaan van bands als Blue Planet. Op dit moment lijkt er erg weinig verbeterd in Hilversum. Houden de huidige DJ’s nog wel van popmuziek? Hoe groot is hun invloed eigenlijk op wat ze draaien? Wie stellen de playlists samen en wat zijn de criteria?
Wat de vaste golfbewegingen in de pop betreft, zitten we weer in een tijd van complete controle en het wachten is op een nieuwe revolutie.

15-Heb je nog tips voor luisteraars en lezers op gebied van muziek?
Als je net als ik van de rammelende Nederpop uit de jaren 60 houdt, Outsiders (“That’s your problem”, “Touch”), Motions (“Everything that’s mine”), Q65 (“Cry in the night”), Golden Earrings (“That day”) en zo, luister dan eens naar “Road runner” in de uitvoering van The Phantoms uit Eindhoven. Deze zanger gaat zo over de top, dat ik er steeds weer erg vrolijk van word.

16-Wie stel je voor om te zijner tijd als gast voor deze rubriek uitgenodigd te worden?

Helmig vd Vegt. Geweldige pianist/B3 organist. Luister maar eens naar “Wonderland” van Blues Dimension of naar “Simple Man” van Cuby + the Blizzards. Hij ging van Cuby naar Henk Elsink en weer terug naar Cuby. Momenteel geeft hij dacht ik ook les op een middelbare school in Meppel. Halverwege de jaren 70 verliet hij het popwereldje en nu is hij weer terug. Hij zou een mooie vergelijking moeten kunnen maken. Ik ben benieuwd hoe de kijk van zo iemand op de Nederlandse pop is.

 

 

(Introductie) Ken je het prachtige boek High Fidelity van Nick Hornby?