‘Mensen met baarden zijn muzikale prutsers’

Naam: Harry Kerklaan
Geboortejaar: 1962
Woonplaats: Delft
Beroep: Freelance copywriter
Harry is als Feyenoord Supporter verbonden aan de redactie van het clubblad Hand in Hand.

Laat ik eerst even opmerken dat ik vroeger een zeer, zeer fervent popliefhebber was. Mijn passie voor popmuziek was echter, na een jaar in het buitenland te hebben vertoefd, als sneeuw voor de zon verdwenen. Bij terugkomst liep ik namelijk een jaar achter. Ik (her)kende niets meer en verloor spontaan alle interesse. Tja, je doet iets goed of je doet het niet en ik koos dus voor het laatste. Sindsdien heb ik nooit meer een Oor gelezen en wandel ik zonder problemen langs een platenzaak.

1-Wat verzamel(de) je op gebied van muziek?

Ik verzamel op het gebied van muziek alles over Feyenoord. Eind jaren 80 toen Feyenoord een inktzwarte periode meemaakte (ja, toen ook al) was het geen probleem om Feyenoord-muziek te vinden. Pijnackerse popcoryfeeeën als Peter Suijker en Erik Bevaart stroopten toentertijd alle platenbeurzen der Lage Landen af en kochten voor mij alles waar de naam Feyenoord op stond. Dankzij hen heb ik ongeveer 30 vinylsingeltje van Feyenoord en plusminus 10 LP’s.

2-Wie zijn je favoriete artiesten?

Huub van der Lubbe zei ooit over z’n fans ’Ze weten dat de wereld verrot is, maar daar willen ze hun zaterdagavond niet door laten verpesten.’ Hier kan ik mij wel in vinden. Mooi gezegd. Goede vent trouwens die van der Lubbe. Net als z’n band en z’n muziek. Maar echt favoriet wil ik ze noemen. Alhoewel het nummer Alles Wat Ik Kan wel verschrikkelijk mooi is. Geloof mij nou. Als je echt van haar houdt, hou je het niet droog als je de tekst van dit lied hoort.

Favoriete artiesten komen en gaan en daarom doe ik mijn favoriete artiesten in chronologische volgorde. Toen ik in 1971 ongeveer 9 jaar was, had ik op de vijf vingers van mijn ene hand Slade geschreven en op de andere vijf vingers stond Sweet. Toen ik 13 was, zong ik dag en nacht Down Down deedeledown in plaats van Down Down Deeper than Down (Inderdaad Status Quo) De jaren zeventig waren wat popmuziek natuurlijk verschrikkelijk. Het ergst vond ik die bejaarde homo’s van Supertramp. Of nog verschrikkelijker, ELO. (Valt het niemand op dat die lui allemaal een baard hadden? Mijn theorie: ‘Mensen met baarden zijn muzikale prutsers’ wordt hierbij bewaarheid.) Godzijdank kwam toen de punk met in het kielzog de New Wave. Ik zeg Sex Pistols en u weet wat ik bedoel. Deze muziek heeft mij gevormd. Maar ik was ook weer niet zo fanatiek dat ik mij een hanenkam liet aanmeten.

Als favorieten had ik Killing Joke (gezien op de allereerste Parkpop en duidelijk geen muziek voor watjes) en Boomtown Rats (in 1979 gezien op New Pop, een groot popfestival ook in het Zuiderpark, maar dan in Rotterdam). Later scoorden beide bands een hit (Love Like Blood respectievelijk I Don’t Like Mondays) en gek genoeg vond ik dat helemaal niet leuk. Die bandjes waren verdomme van mij! En nu begon iedereen ze goed te vinden. Herkent iemand dat gevoel? Nog erger vond ik het dat zo’n AVRO-lul als Krijn Torringa plotseling Killing Joke draaide. Dat klopte naar mijn gevoel helemaal niet.

Wat ik tegenwoordig zeer weet te waarderen zijn bands als Live en Kaiser Chiefs. Inderdaad, ontzettende AVRO-muziek. Het zal de leeftijd wel zijn.

Overigens mag wat mijn favoriete bands ook Dropkick Murphys niet onvermeld blijven. Ik heb ze inmiddels een stuk of 10 keer gezien. Helaas zit er weinig (en nu lul ik als een popjournalist) ontwikkeling in hun muziek. Dat is op zich helemaal niet erg (ik vind dat een hoffelijk streven) maar de nummers zijn nu veel minder pakkend dan die uit hun beginperiode. En ach, ik zou ze bijna vergeten. Sham ’69. Een heerlijke punkband en fabrikant van het prachtige Hurry Up Harry Come On. (We ‘re going down the pub). Dit nummer hoort natuurlijk in elke platenkast. Tijdens het Wasted Festival in Melkweg dit jaar heb ik Sham 69 eindelijk in levende lijve gezien. Dat werd een deceptie. De heren hadden hun gruizige punkliedjes in een modern strak jasje gepropt. Ze speelden weliswaar snoeihard en retestrak maar ja, daar kwam ik niet voor.

3-Wat kan je zeggen over het meest memorabele concert dat je hebt bijgewoond?

Ik kan mij nog zeer goed het No Nukes-festival in Utrecht uit (de naam verraadt het al) de jaren 80 herinneren. Om precies te zijn, Goede Vrijdag 1982. Ik kan mij Doe Maar herinneren, Fischer Z en ook The Stranglers. Laatstgenoemde gingen ontzettend zitten pielen op akoestische gitaren en dat leverde hen een fluitconcert op. De gordijnen gingen dicht en een minuut later gingen ze weer open. Die zanger zegt: ‘If you want this shit, you can have it.’ waarna The Stranglers ogenblikkelijk op hun gitaren begonnen te rammen. Eindelijk feest. Overigens kwam één van de mannen uit ons gezelschap in het gelukkige bezit van een reusachtige emmer vol consumptiebonnen. Ik kan u vertellen dat dit de sfeer zeer ten goede komt. Tijdens hetzelfde festival stond ik met iemand anders (inmiddels voorbeeldig vader van drie kinderen, dus ik zeg niet wie het was) met een brandslag onder de tribune. Na een flinke draai aan de kraan spoten we de halve tribune leeg. Nee, we hebben niet staan wachten tot ze kwamen vragen waarom we dit hadden gedaan. En alsnog excuses aan de honderden No-Nukes bezoekers die de rest van de dag met een zeiknatte kont hebben rondgelopen.

Ook een concert van de Rolling Stones, begin jaren 90 in de Kuip zal ik nooit meer vergeten. Ik was in het aangename gezelschap van onder meer Toon Schrader, Michel Drieman en Ruut van der Meer. We waren uren van te voren in Rotterdam zodat we met een behoorlijk stuk in onze kraag De Kuip betraden. Zwaar beneveld heb ik de Stones aanschouwd. En in deze hoedanigheid wil ik ze graag blijven herinneren. Voor mij geen poppenkastvoorstelling van 100 euro in een mislukt voetbalstadion waarbij je oren denken dat je in een ondergrondse bent beland.

Wat ik ook nooit meer zal vergeten was Iggy Pop op toen nog Torhout. (Ik denk eind jaren 80). Ik stond (uiteraard) voor het podium en iemand gooide een lege PET-fles op het podium (zo’n plastiek fles van anderhalve liter). Iggy vroeg om nog meer flessen en dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Toen ik even later achterom keek, (het podium van Torhout staat onderaan een heuvel) zag ik een Tsunami van lege flessen in de richting van het podium komen. Nog een paar minuut later stonden Iggy Pop en zijn bandleden (niet overdreven) tot aan hun knieën in de lege plastiek-flessen. Een pracht gezicht. We blijven nog even in België want in 1996 heb ik The Sex Pistols op het strand van Zeebrugge gezien. Toen een fan het podium betrad en op Johnny Rotten afstormde, werd deze beetgepakt door een security. Johnny Rotten liep er op af en sloeg de securityman met z’n microfoon enkele malen keihard op z’n kop. Je hoorde een paar gigantische doffe knallen, alsof de drummer keihard op z’n bassedrums trapte. Maar het was dus Johnny Rotten die bovenop het hoofd van de securityman sloeg. Even later verliet de securityman gestrekt op brancard(!) het podium.
Overigen ben ik de laatste acht (?) jaar ook een trouw bezoeker van Lowlands. Met weemoed denk ik terug aan de Foxtrot-tent. Ik ga zeker niet voor de muziek naar Lowlands maar veel meer voor de sfeer. Vorig jaar heb ik zaterdags zelfs helemaal geen band gezien! Dit jaar heb ik vooraan gestaan bij Iggy Pop & The Stooges (I wanne be your dog) en nog geen uur later zag ik Cuby & The Blizzards. Als toegift speelden ze het meer dan geweldige Appleknockers Flophouse.

Tot slot een memorabel concert dat ik niet kon bijwonen. Jarenlang bezocht ik elk concert van The Ramones in Nederland. Uiteraard vrijwel allemaal in het prettige gezelschap van De Mul (Red. bijnaam van Marcel Bizarro Mulhuijzen).Uitgerekend het laatste concert van The Ramones in Paradiso (Hey Ho, Don’t Go) kon ik niet bezoeken. Ik moest toen werken, nota bene op nog geen kilometer afstand van Paradiso.

4-Wat is je favoriete album aller tijden?

Ik twijfelde heel even tussen Nevermind van Nirvana of Never Mind The Bollocks. Maar uiteindelijk wint met straatlengte voorsprong het stukje muziekgeschiedenis van The Sex Pistols. Dit is een groot feest, ik vind echt elk nummer geweldig. Overigens ben ik de cd van Nirvana kwijt, het hoesje heb ik nog wel. Heeft iemand mijn cd gezien?

5-Wat is je favoriete song aller tijden?

Zonder twijfel: Hurry Up Harry van Sham ’69. Ik ken het nummer al ruim twintig jaar en ik vind het nog steeds een genot om te horen.

6-Wat is je laatste aangeschafte cd/lp/dvd?

Hitsstory van ene Elvis Presley. Voor een tientje haalde ik de hele rimram van Elvis in huis. Suspicious Minds beste mensen, dat zingt pas lekker. En wat te denken van My Boy. (Hup, de A13 op, volumeknop naar rechts en blerren maar!)

7-Welk hoofdstuk uit 50 jaar pophistorie sprak je het meest aan of verraste je?

Het hoofdstuk over de dood. Echte helden gaan dood en daar wordt hun muziek alleen maar beter van. Neem als voorbeeld Elvis Presley of Kurt Cobain. Hun muziek zou veel minder tot de verbeelding spreken als ze nog in leven zouden zijn. Dan zou je het nummer horen en in gedachten een dikke man in een rolstoel zien respectievelijk een kaal, mager scharminkel.

Het hoofdstukje Records vond ik erg teleurstellend. Vooral omdat een van de meest opzienbarende records uit de historie van de Nederpop ontbreekt. Dat dit niet geheel toevallig met de voorkeur van dienstdoende scribent te maken heeft, lijkt geen twijfel. Daarom vertel ik u het maar.

In de top 40 hebben maar liefst twaalf hitnoteringen gestaan die betrekking hebben op de mooiste voetbalclub van Nederland, Feyenoord. Geen club doet ze dit na. Twee van de twaalf hits werden door de selectie van Feyenoord zelf gezongen. Ook zijn er nog vijf nummers over Feyenoord uitgebracht die niet verder kwamen dan de tipparade. Ook Rotterdam Termination Source verdient een vermelding. Deze Rotterdamse lievertjes stonden in 1992 op de tweede plaats van de Engelse Top 40 met het nummer Poing. Op de B-kant stond een ander nummer dat luisterde naar de prachtige titel Feyenoord. U begrijpt, ook dit is uniek. Geen enkele Nederlandse club heeft ooit in de Top 40 van Engeland gestaan, Feyenoord dus wel. Deze recordreeks krijgt Erik cadeau van mij en ik vertrouw erop dat als er ooit een derde druk van z’n boek komt, ik deze informatie hierin zal terugvinden. Erik vergeet de bronvermelding niet. Deze luidt: Het Lied van Feyenoord van Jimmy Tigges en Paul Groenendijk.

8-Is er in het boek een passage die je als ‘herkenningspunt’ ziet, bijv. foto van een concert waar je bij aanwezig was?

Op pagina 101 staat Hans Dulfer onder een systeemplafond met een paar AVRO-bejaarden op de achtergrond. Ik was er gelukkig niet bij want op deze foto zie ik heel veel slechts. Ten eerste de hoofdpersoon zelf. Wat is deze verwaande kwezel ontzettend blij met zichzelf. Zelden zo onsympathieke hangworst gezien. Ik heb trouwens het donkerbruine vermoeden dat deze uitvinder van de arrogantie de onechte vader van Dinand Woesthof is, u weet wel de zanger van Kane, Ook zo’n stuk zak stront. Terug naar de foto. Ook dat publiek is hemeltergend. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat deze foto is genomen tijdens een jazz-festival. Als ik ergens jeuk van krijg zijn het bezoekers van een jazz-festival. Dat zijn echt vreselijke mensen. Allemaal Volkskrantlezers in corderoy-jasjes die nog nooit een minuut hebben gewerkt (stuk voor stuk ambtenaar) en daar dan rondlopen met zo’n hautaine houding van: ‘Hè hè, eindelijk muziek voor mensen met smaak.’ Ik hou niet van dat soort mensen. Sterker zelfs, mijn werkweek kan niet beter beginnen als ik lees dat er een jazz-festival is verregend. Daar word ik oprecht blij van, dan ga ik fluitend aan het werk.

9a-Van welke overleden artiesten had je graag een concert bijgewoond?

Jules de Korte. Deze blinde pianist was de bovenbuurman van mijn tante in Delft. Mijn tante beweerde dat Jules z’n vrouw sloeg.

9b-Stel je favoriete dodenorkest samen.

Laat ik voor de gezelligheid kiezen. Dus Keith Moon als zanger. Op de drums Ian Dury (leuk toch, een drummer met polio) en als basgitarist denk ik aan Theo Laseroms. Hij hield ook van een drankje en is te beluisteren op de hit uit 1969 ‘Feyenoord, wat is dat voor een club’. Andre Hazes is roadie en moet voor de drank zorgen. U begrijpt dat geen enkel drankje het podium haalt zodat de band na een paar nummers (mede dankzij de drummer met polio) behoorlijk rommelig begint te klinken.

Niet lang daarna stoppen ze ermee en als na een kwartier iedereen laveloos in de kleedkamer ligt, verschijnt (te laat!) Herman Brood ten tonele. Hij kijkt om zich heen, ziet niemand en neemt dan zonder te aarzelen plaats achter het orgel waarna de bezoekers toch nog een fijne avond hebben.

10-Welk van de afgelopen 5 decennia spreekt je muzikaal het meest aan en waarom?

Eind zeventig/begin jaren tachtig. Punk/new wave dus. Ach, ik schreef het hierboven al. Halverwege de jaren zeventig was het echt vreselijk met de popmuziek. Je had of truttige popmuziek uit TopPop of gitaarmuziek waar geen eind aan kwam of nog erger symfonische rock, dat is helemaal erg. Je had af en toe nog iets fatsoenlijks als Rolling Stones of Ramones maar dan had je in grote lijnen wel gehad. De punk, halverwege de jaren zeventig, kwam als geroepen. Punk vertegenwoordigde geen enkel groot gedachtegoed en ook dat is een gedachtegoed. Nu was het zeker niet zo dat de hele wereld aan de punk ging maar het zorgde wel voor een heerlijk fris windje waaruit niet veel later de New Wave kwam. En deze muziek heeft voor heel veel leuke bandjes gezorgd.

11-Welke muzikanten zijn het meest onderschat of ondergewaardeerd?

Nee, ik ken geen artiesten die zijn onderschat of ondergewaardeerd. Daarvoor weet ik eenvoudigweg te weinig. Ik ken wel een band die vreselijk wordt overschat: Coldplay. Wat een verschrikkelijke trutmuziek is dat zeg. Echt onvoorstelbaar dat volwassen mannen dat mooi kunnen vinden. Sterker zelfs, als je als volwassen man fan bent van Coldplay, is er alle reden te twijfelen aan je geaardheid.

12-Welk nummer zou je graag gecoverd zien door je favoriete zanger (es)?

Geen idee.

13-Wie is de meest beroemde of indrukwekkende muzikant, die je ontmoet hebt of het podium mee gedeeld hebt?

Kies zelf maar de beroemdste uit. Ik heb als jongetje ooit de hand geschud van een ander jongetje genaamd Sting. Ik ben op het podium geklommen van Herman Brood. Ik heb samen met De Mul Hurry Up Harry gezonden. Ik heb aan het shirt gehangen van Johan Cruijff (bekend van de hit Oei, oei, oei, dat was me weer een loei’ en ik heb twee maal Ruud Gullit geinterviewd (zanger van de nummer 7 notering Not The Dancing Kind uit 1985.)

14-Wat vind je een typerende opmerking van jezelf over (een bepaald onderdeel van) de muziekentertainment en wil je als statement zeggen, m.a.w. wat getuigt van jouw visie t.a.v. de muziekindustrie?

Ik weet niet of het antwoord op je vraag is maar kortgeleden heb ik een documentaire over Blondie gezien en nog iets langer geleden de even lange als geweldige documentaire Some Kind of Monster over Metallica. (huren die DVD, echt geweldig) Beide bands hebben een moeilijke tijd doorgemaakt en wat je in beide gevallen ziet is dat de problemen ontstaan als de mindere goden hun plek niet meer weten. Ofwel, ‘als de soldaten het voor het zeggen krijgen, is de oorlog verloren.’ Ze willen nummers gaan schrijven, een stukje zingen e.d. Dit mag dan niet van de ‘baas’ van de band (aan wie de band al het succes te danken heeft) met als gevolg: stront in de tent. Maar naar muziek moet je luisteren en niet te veel over lullen. Dus luidt mijn statement, hetgeen ik ook graag mag roepen tijdens een concert, kort, krachtig en welgemeend: ‘SPEEE-LUHHHH!!!!’

15-Heb je nog tips voor luisteraars en lezers op één of ander gebied van muziek?

Luister naar Kink FM. Het is echt het beste radiostation dat er is. Te horen via de kabel en internet. Ze beginnen helaas wel steeds meer te praten tussen de nummers door.

16-Wie stel je voor om te zijner tijd als gast voor deze rubriek uitgenodigd te worden?

Paul Groenendijk. Ik ben bij hem thuis geweest en hij is ware muziekliefhebber. Samen met Jimmy Tigges heeft hij vier boeken over muziek geschreven waaronder Summertime Moed Gevraagd Bij De 834ste Versie. Dit boek gaat over het lied Summertime van Gershwin. Ik ben trouwens op bijzonder wijze in contact gekomen met hem. Vorig jaar kwam ik op het lumineuze idee om een kwis te organiseren onder Feyenoord-supporters om zo uit te zoeken welke Feyenoord-supporter het meest van z’n club weet. Het werd november vorig jaar in De Kuip georganiseerd en de deelnemers kregen 90 rete-moeilijke vragen voor hun Feyenoord-kiezen. De winnaar met de prachtige titel Professor Feyenoord werd dus Paul Groenendijk. Hij heeft samen met Jimmy Tigges ook het ontzettend leuke boek Het Lied van Feyenoord geschreven. Voor het Feyenoordmagazine Hand in Hand heb ik hem geïnterviewd en hij heeft muren vol LP’s en CD’s. Paul is een muziekliefhebber en –kenner pur sang. Helaas kan je dat van mij niet (meer) zeggen.